Overzicht
Duits naar Engels:   Meer gegevens...
  1. Zoff:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Zoff (Duits) in het Engels

Zoff:

Zoff [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Zoff (Motte; Springer)
    the moth
    • moth [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Zoff:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
moth Motte; Springer; Zoff

Synoniemen voor "Zoff":


Wiktionary: Zoff

Zoff
noun
  1. Deutschland, Schweiz; umgangssprachlich: Ärger; Streit, Zank; Unfrieden

Cross Translation:
FromToVia
Zoff bad news; bother; problem; trouble; worry; hot water; pickle; aggro; bovver emmerde — populaire|fr terme|souvent au pluriel situation ou affaire délicate qui provoque de l’inquiétude, de l’angoisse ou de la contrariété.