Duits

Uitgebreide vertaling voor streng (Duits) in het Nederlands

streng:

streng bijvoeglijk naamwoord

  1. streng (stark; herrisch)
    streng; gestreng; niet toegevend
  2. streng (nach allen Regeln)
    strikt; volgens de regels; streng
  3. streng (laut; hart; schnell; )
    hard; luid; hardop
    • hard bijvoeglijk naamwoord
    • luid bijvoeglijk naamwoord
    • hardop bijwoord
  4. streng (strikt; unerbittlich; gerade; )
    streng; strikt; stringent; onvermurwbaar
  5. streng (frostig; kahl; rauh; )
    koud; laag van temperatuur
  6. streng (stramm; steif; schwerfällig; )
    stijf; stroef; houterig; stram; stijve
  7. streng (straff; fest; eisern; handfest)
    pittig; straf
    • pittig bijvoeglijk naamwoord
    • straf bijvoeglijk naamwoord
  8. streng (ohrenbetäubend; laut; schwierig; )
    oorverdovend; keihard

Vertaal Matrix voor streng:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
stijve Erection; Steife
straf Bestrafung; Freiheitsstrafe; Gefängnisstrafe; Haft; Strafe; Züchtigung
streng Haarsträhne; Haarzopf; Zopf
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gestreng herrisch; stark; streng
hard fest; gefühllos; geräuschvoll; hart; herb; hörbar; kaltblütig; laut; lauthals; lautstark; lärmend; sauer; schnell; schrill; schwierig; steif; streng; tosend; unsanft anzüglich; blitzschnell; brutal; emotielos; gellend; geräuschvoll; gewaltsam; gewalttätig; grell; grob; haarig; hartherzig; herzlos; höllisch; laut; lautstark; lärmend; mit hoher Geschwindigkeit; mitleidslos; rauh; roh; rücksichtslos; rüde; schrill; schroff; unbarmherzig; unberührt; unsanft; unzart; wild
houterig hauteng; hölzern; prall; rauh; schneidig; schwerfällig; standhaft; starr; starrköpfig; steif; stelzbeinig; stier; straff; stramm; streng; unbeugsam; unerschütterlich; unverwandt
keihard eisenhart; eisenstark; eisern; gefühllos; hart; herb; hörbar; laut; ohrenbetäubend; schrill; schwierig; stahlhart; streng; unsanft blitzschnell; eisenhart; eisenstark; glashart; hart; knallhart; mit hoher Geschwindigkeit; stahlhart; steinhart
koud dürr; frostig; füchterlich; himmelschreiend; kahl; rauh; streng; wüst cool; fröstelnd; gleichgültig; kalt; kaltherzig; klatblütig; unberürht; ungerührt
luid fest; gefühllos; geräuschvoll; hart; herb; hörbar; kaltblütig; laut; lauthals; lautstark; lärmend; sauer; schnell; schrill; schwierig; steif; streng; tosend; unsanft aus vollem Halse; aus voller Kehle; geräuschvoll; laut; lauthals; lautstark; lärmend; lärmig
onvermurwbaar gebieterisch; genau; gerade; gewissenhaft; streng; strikt; unerbittlich dickköpfig; eigensinnig; eigenwillig; gnadenlos; hart; hartherzig; herrisch; herrschsüchtig; rücksichtslos; starrköpfig; störrisch; trotzig; unerbittlich; unnachsichtig; unversöhnlich
oorverdovend eisenhart; eisenstark; eisern; gefühllos; hart; herb; hörbar; laut; ohrenbetäubend; schrill; schwierig; stahlhart; streng; unsanft
pittig eisern; fest; handfest; straff; streng eine heftige Debatte; feurig; gepfeffert; gewürzt; gezalzenes; heftige; herzhaft; pikant; prikelnder Geschmack; scharf; würzig
stijf hauteng; hölzern; prall; rauh; schneidig; schwerfällig; standhaft; starr; starrköpfig; steif; stelzbeinig; stier; straff; stramm; streng; unbeugsam; unerschütterlich; unverwandt abgemessen reden
stijve hauteng; hölzern; prall; rauh; schneidig; schwerfällig; standhaft; starr; starrköpfig; steif; stelzbeinig; stier; straff; stramm; streng; unbeugsam; unerschütterlich; unverwandt
straf eisern; fest; handfest; straff; streng
stram hauteng; hölzern; prall; rauh; schneidig; schwerfällig; standhaft; starr; starrköpfig; steif; stelzbeinig; stier; straff; stramm; streng; unbeugsam; unerschütterlich; unverwandt
streng gebieterisch; genau; gerade; gewissenhaft; herrisch; nach allen Regeln; stark; streng; strikt; unerbittlich schlüssig; stringent
strikt gebieterisch; genau; gerade; gewissenhaft; nach allen Regeln; streng; strikt; unerbittlich akkurat; genau; haargenau; korrekt; pünktlich; schlüssig; stringent
stringent gebieterisch; genau; gerade; gewissenhaft; streng; strikt; unerbittlich schlüssig; stringent
stroef hauteng; hölzern; prall; rauh; schneidig; schwerfällig; standhaft; starr; starrköpfig; steif; stelzbeinig; stier; straff; stramm; streng; unbeugsam; unerschütterlich; unverwandt
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hardop fest; gefühllos; geräuschvoll; hart; herb; hörbar; kaltblütig; laut; lauthals; lautstark; lärmend; sauer; schnell; schrill; schwierig; steif; streng; tosend; unsanft
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
laag van temperatuur dürr; frostig; füchterlich; himmelschreiend; kahl; rauh; streng; wüst
niet toegevend herrisch; stark; streng
volgens de regels nach allen Regeln; streng

Synoniemen voor "streng":


Wiktionary: streng


Cross Translation:
FromToVia
streng zwaar; wreed harsh — severe or cruel
streng rigoureus rigorous — Manifesting, exercising, or favoring rigor; allowing no abatement or mitigation; scrupulously accurate
streng streng strict — governed or governing by exact rules
streng bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend acerbe — Qui est d’un goût âpre, se dit d’un vin acide, dur et âpre
streng guur; scherp; snerpend; snijdend; vlijmend; hatelijk; bijtend; doordringend; fel; schel; schril; zuur aigre — Qui a une saveur acide et amère provoquant un sentiment désagréable.
streng schril; schel; snerpend; hatelijk; acuut; helder; scherp; bijtend; doordringend; fel; guur aigu — Qui a un aspect pointu, tranchant, voire déchirer.
streng bar; duchtig; hard; straf; streng; zwaar austère — Qui est rigoureux pour le corps et qui mortifier les sens et l’esprit. — note Se dit surtout des doctrines et des pratiques religieux.
streng bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend coupant — Qui couper.
streng bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend cuisant — Qui produire une douleur âpre et aiguë.
streng bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend; fijn; spitsvondig; subtiel; ad rem; geestig; gevat; snedig; gekuist findélié, menu, mince ou étroit.
streng bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend incisif — Qui couper ou qui est propre à couper.
streng bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend mordant — didact|fr Qui mordre.
streng bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend; bits; snibbig perçant — Qui percer, qui pénétrer.
streng pikant; guur; scherp; snerpend; snijdend; vlijmend; kruidig; prikkelend; hatelijk; bijtend; doordringend; fel; schel; schril piquant — Qui piquer.
streng bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend; puntig; spits; vooruitstrevend pointu — Qui se termine en pointe
streng bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend pénétrant — Qui pénétrer.
streng bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend; merkwaardig; opmerkelijk; op de voorgrond tredend; prominent; uitstekend; vooruitstekend saillant — Qui avancer, qui sortir en dehors.
streng bar; duchtig; hard; straf; streng; zwaar sévère — Qui est rigide, sans indulgence.
streng bitter; bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend âcre — Qui a quelque chose de piquant et d’irritant.
streng bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend âpre — Qui, par sa rudesse ou son âcreté, produit une sensation désagréable aux organes du toucher, de l’ouïe ou du goût.

Verwante vertalingen van streng



Nederlands

Uitgebreide vertaling voor streng (Nederlands) in het Duits

streng:

streng bijvoeglijk naamwoord

  1. streng (niet toegevend; gestreng)
    streng; stark; herrisch
  2. streng (stringent; dwingend; bindend; strikt)
    schlüssig; stringent
  3. streng (strikt; stringent; onvermurwbaar)
    strikt; streng; unerbittlich; gerade; genau; gewissenhaft; gebieterisch
  4. streng (volgens de regels; strikt)
    streng; nach allen Regeln

streng [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de streng (haarstreng; haarvlecht)
    die Haarsträhne; der Haarzopf; der Zopf

Vertaal Matrix voor streng:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Haarsträhne haarstreng; haarvlecht; streng haarsliert
Haarzopf haarstreng; haarvlecht; streng haarvlecht; vlecht
Zopf haarstreng; haarvlecht; streng paardenstaart; staart; staartvormige haardracht
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gebieterisch onvermurwbaar; streng; strikt; stringent bazig; bevelend; heerszuchtig; overheersend
genau onvermurwbaar; streng; strikt; stringent accuraat; bekrompen; benepen; betrekking hebbend op economie; conscientieus; correct; desgelijks; dito; economisch; evenzo; exact; gedetailleerd; goed; juist; kleingeestig; kleinzielig; kloppend; krek; minutieus; nauwgezet; nauwkeurig; nauwlettend; net; ook; op dezelfde wijze; precies; precies zo; punctueel; ragfijn; secuur; stipt; strikt; uitgerekend; waar; zorgvuldig
gerade onvermurwbaar; streng; strikt; stringent accuraat; daarnet; eerlijk; frank; glad neerliggend; juist; lineair; nauwgezet; nauwkeurig; nauwlettend; net; nog maar pas; op het moment; open; oprecht; overeind; pas; precies; rechtaan; rechtop; rechtschapen; rechttoe; secuur; sluik; staand; zojuist; zonet; zopas; zoëven
gewissenhaft onvermurwbaar; streng; strikt; stringent accuraat; conscientieus; consciëntieus; correct; gedetailleerd; gewetensvol; goed; juist; met zorg; minutieus; nauwgezet; nauwkeurig; nauwlettend; net; precies; scrupuleus; secuur; stipt; zorgvuldig
herrisch gestreng; niet toegevend; streng bazig; heerszuchtig; onverbiddelijk; onverbiddelijke; onvermurwbaar; overheersend
nach allen Regeln streng; strikt; volgens de regels
schlüssig bindend; dwingend; streng; strikt; stringent
stark gestreng; niet toegevend; streng agressief; breed; dapper; dik; dikwijls; erg; fantastisch; fel; ferm; flink; fors; frequent; fysiek sterk; gaaf; geducht; gewelddadig; geweldig; gigantisch; grandioos; groots; heftig; heldhaftig; heroïsch; hevig; immens; in details; in hoge mate; kloek; kolossaal; krachtig; lijvig; magnifiek; massief; meermaals; menigmaal; mieters; moedig; niet hol; onverschrokken; potig; regelmatig; reusachtig; schitterend; stabiel; sterk; stevig; stout; stoutmoedig; tof; uit de kluiten gewassen; uitgewerkt; uitnemend; uitstekend; vaak; veelvuldig; vet; voortreffelijk; zeer groot; zwaar van lijf
streng gestreng; niet toegevend; onvermurwbaar; streng; strikt; stringent; volgens de regels hard; hardop; houterig; keihard; koud; laag van temperatuur; luid; oorverdovend; pittig; stijf; stijve; straf; stram; stroef
strikt onvermurwbaar; streng; strikt; stringent accuraat; gedetailleerd; minutieus; nauwgezet; nauwkeurig; nauwlettend; precies; ragfijn; secuur; zorgvuldig
stringent bindend; dwingend; streng; strikt; stringent afdoend; broodnodig; hoognodig; klemmend; overtuigend
unerbittlich onvermurwbaar; streng; strikt; stringent onbuigzaam; onverbiddelijk; onverbiddelijke; onvermurwbaar; rigoureus

Verwante woorden van "streng":

  • strengheid, strengen, strenger, strengere, strengst, strengste, strenge

Antoniemen van "streng":


Verwante definities voor "streng":

  1. ineengevlochten bundel1
    • ze kocht een strengetje borduurzijde1
  2. wie zich strak aan de regels houdt en niet toegeeft1
    • mijn ouders waren erg streng1

Wiktionary: streng


Cross Translation:
FromToVia
streng streng strict — governed or governing by exact rules
streng streng austère — Qui est rigoureux pour le corps et qui mortifier les sens et l’esprit. — note Se dit surtout des doctrines et des pratiques religieux.
streng rigoros rigoureux — Qui faire preuve de rigueur, qui est d’une sévérité inflexible.
streng streng sévère — Qui est rigide, sans indulgence.

Verwante vertalingen van streng