Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Abwehren:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Abwehren (Duits) in het Nederlands

Abwehren:

Abwehren [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Abwehren (Verteidigen; Wehren)
    verdedigen; het weren; afweren; het verweren
    • verdedigen [znw.] zelfstandig naamwoord
    • weren [het ~] zelfstandig naamwoord
    • afweren [znw.] zelfstandig naamwoord
    • verweren [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Abwehren:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afweren Abwehren; Verteidigen; Wehren
verdedigen Abwehren; Verteidigen; Wehren
verweren Abwehren; Verteidigen; Wehren Abnutzung; Erosion
weren Abwehren; Verteidigen; Wehren
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afweren abhalten; abwehren; verteidigen
verdedigen behüten; schutzen; verteidigen
verweren ablehnen; abschlagen; abweisen; verteidigen; verweigern; zurückweisen
weren abhalten; abwehren; sich wehren; verteidigen; wehren