Duits

Uitgebreide vertaling voor Beifall (Duits) in het Nederlands

Beifall:

Beifall [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Beifall (Applaus)
    het applaus; applaudiseren; het handgeklap; het open doekje; het klappen; de ovatie
  2. der Beifall (Beistimmung; Zustimmung)
    de instemming; de bijval
    • instemming [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • bijval [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. der Beifall (Ovation)
    de toejuiching

Vertaal Matrix voor Beifall:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
applaudiseren Applaus; Beifall
applaus Applaus; Beifall
bijval Beifall; Beistimmung; Zustimmung
handgeklap Applaus; Beifall
instemming Beifall; Beistimmung; Zustimmung Bewilligung; Einwilligung; Genehmigung; Gutheißung
klappen Applaus; Beifall Knallen; Schläge
open doekje Applaus; Beifall
ovatie Applaus; Beifall
toejuiching Beifall; Ovation
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
klappen applaudieren; ausdrücken; babbeln; bemerken; berichten; deklamieren; eine Aussage machen; erzählen; explodieren; faseln; herumerzählen; klatschen; kommunizieren; konversieren; petzen; plappern; platzen; plaudern; quasseln; quatschen; reden; sagen; schwatzen; schwätzen; sprechen; tratschen; weitererzählen; äußern

Synoniemen voor "Beifall":


Wiktionary: Beifall

Beifall
noun
  1. akustische Bekundung von Zustimmung und Gefallen einer Darbietung

Cross Translation:
FromToVia
Beifall handgeklap; applaus applause — act of applauding
Beifall iets aangenaams; iets prettigs; bijval; fiat; goedkeuring; goedkeuren; aangenaamheid; behaaglijkheid; genoeglijkheid agrémentaction d’agréer.