Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Schälchen:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Schälchen (Duits) in het Nederlands

Schälchen:

Schälchen [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Schälchen (Schale; Schüsselchen; Schüssel)
    de schaal; het schaaltje
    • schaal [de ~] zelfstandig naamwoord
    • schaaltje [het ~] zelfstandig naamwoord
  2. Schälchen
    het sjaaltje
    • sjaaltje [het ~] zelfstandig naamwoord

Schälchen [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Schälchen (Schüsselchen)
    schaaltjes

Vertaal Matrix voor Schälchen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
schaal Schale; Schälchen; Schüssel; Schüsselchen Deckel; Gefäß; Kappe; Kaserole; Muschel; Schale; Schüssel; Stollen
schaaltje Schale; Schälchen; Schüssel; Schüsselchen
schaaltjes Schälchen; Schüsselchen
sjaaltje Schälchen