Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Setzarbeit:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Setzarbeit (Duits) in het Nederlands

Setzarbeit:

Setzarbeit [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Setzarbeit (Setzen; Satz)
    het zetten; het zetwerk; de zetsels
    • zetten [het ~] zelfstandig naamwoord
    • zetwerk [het ~] zelfstandig naamwoord
    • zetsels [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

Vertaal Matrix voor Setzarbeit:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
zetsels Satz; Setzarbeit; Setzen
zetten Satz; Setzarbeit; Setzen
zetwerk Satz; Setzarbeit; Setzen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
zetten ablagern; ablegen; abstellen; abstreifen; anbringen; aufstellen; austreiben; beisetzen; bergen; deponieren; einordnen; einräumen; einrücken; einstellen; gruppieren; herstellen; hinlegen; hinstellen; installieren; legen; setzen; stationieren; stellen; unterbringen