Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. fortschieben:


Duits

Uitgebreide vertaling voor fortschieben (Duits) in het Nederlands

fortschieben:

fortschieben werkwoord

  1. fortschieben (drücken; fortdrücken)
    duwen; voortduwen
    • duwen werkwoord (duw, duwt, duwde, duwden, geduwd)
    • voortduwen werkwoord (duw voort, duwt voort, duwde voort, duwden voort, voortgeduwd)

Vertaal Matrix voor fortschieben:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
duwen Stöße
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
duwen drücken; fortdrücken; fortschieben dringen; schieben; vor sich her schieben; vor sich hertreiben; vorschieben; vorwärts treiben
voortduwen drücken; fortdrücken; fortschieben vor sich hertreiben; vorwärts treiben

Synoniemen voor "fortschieben":