Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. umgehen mit:


Duits

Uitgebreide vertaling voor umgehen mit (Duits) in het Nederlands

umgehen mit:

umgehen mit werkwoord

  1. umgehen mit (verkehren)
    omgaan; optrekken
    • omgaan werkwoord (ga om, gaat om, ging om, gingen om, omgegaan)
    • optrekken werkwoord (trek op, trekt op, trok op, trokken op, opgetrokken)

Vertaal Matrix voor umgehen mit:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
optrekken Anziehen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
omgaan umgehen mit; verkehren
optrekken umgehen mit; verkehren aufheben; aufsetzen; aufstellen; erheben

Verwante vertalingen van umgehen mit