Overzicht
Engels naar Duits:   Meer gegevens...
  1. ham:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor ham (Engels) in het Duits

ham:

ham [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the ham
    der Schinken; der Schenkel

Vertaal Matrix voor ham:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Schenkel ham femur; quills; shafts; shank; shanks; stems; thigh; thighs; upper leg
Schinken ham hams; leg of pork; rump-piece; thigh; thighs; upper leg
- gammon; ham actor; jambon
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- ham it up; overact; overplay
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- hock

Verwante woorden van "ham":


Synoniemen voor "ham":

  • jambon; gammon; cut of pork
  • Ham; man; adult male
  • radio operator
  • ham actor; actor; histrion; player; thespian; role player
  • overact; ham it up; overplay; act; play; roleplay; playact

Antoniemen van "ham":

  • underact

Verwante definities voor "ham":

  1. meat cut from the thigh of a hog (usually smoked)1
  2. an unskilled actor who overacts1
  3. a licensed amateur radio operator1
  4. exaggerate one's acting1

Wiktionary: ham

ham
noun
  1. thigh of a hog cured for food
ham
noun
  1. umgangssprachlich abwertend:
  2. Fleisch der Schenkel von Schlachtvieh meist im engeren Sinne von Schweinen
  3. (umgangssprachlich) Oberschenkel und Gesäßhälften
  4. -
  5. vulgär: Teil des Gesäßes

Cross Translation:
FromToVia
ham Schinken ham — het vlees van de achterkant van een varken
ham Schinken jamboncuisse (partie supérieure de la patte arrière) d'un suidé (porc ou sanglier), qui a été préparée par cuisson, salage, fumage ou boucanage, comme nourriture.

Ham:


Verwante definities voor "Ham":

  1. (Old Testament) son of Noah1

Verwante vertalingen van ham