Engels naar Duits:   Meer gegevens...
  1. omen:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor omen (Engels) in het Duits


omen [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the omen (indication; symptom; sign; evidence)
    der Indikation; der Hinweis

Vertaal Matrix voor omen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Hinweis evidence; indication; omen; sign; symptom allusion; clue; cue; hint; indication; innuendo; lead; note; notice; pointer; reference; starting point; suggestion; tip; tip-off
Indikation evidence; indication; omen; sign; symptom
- portent; presage; prodigy; prognostic; prognostication
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- augury; harbinger; portent; presage

Synoniemen voor "omen":

  • portent; presage; prognostic; prognostication; prodigy; augury; sign; foretoken; preindication
  • bode; portend; auspicate; prognosticate; presage; betoken; foreshadow; augur; foretell; prefigure; forecast; predict; bespeak; indicate; point; signal

Verwante definities voor "omen":

  1. a sign of something about to happen1
    • he looked for an omen before going into battle1

Wiktionary: omen

  1. prophetic significance
  2. something which portends or is perceived to portend a good or evil event or circumstance in the future; an augury or foreboding
  1. ein Vorzeichen, Anzeichen, eine Vorahnung im Sinnbild