Overzicht
Engels naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. tic:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor tic (Engels) in het Spaans

tic:

tic [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the tic (nervous tremor; quirk)
    la manía; el tic
    • manía [la ~] zelfstandig naamwoord
    • tic [el ~] zelfstandig naamwoord
  2. the tic (nervous spasm; quirk; twitch; nervous tremor)
    el tic; el tic nervioso
    • tic [el ~] zelfstandig naamwoord
    • tic nervioso [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor tic:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
manía nervous tremor; quirk; tic caprice; craze; exaggerated love; fad; fancy; mania; mood; quirk; rage; spur of the moment; whim
tic nervous spasm; nervous tremor; quirk; tic; twitch characteristic; feature; streak; tick; trait
tic nervioso nervous spasm; nervous tremor; quirk; tic; twitch

Verwante woorden van "tic":


Synoniemen voor "tic":

  • twitch; twitching; vellication

Verwante definities voor "tic":

  1. a local and habitual twitching especially in the face1

Wiktionary: tic

tic
noun
  1. A local and habitual convulsive motion of certain muscles