Overzicht
Engels naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. vainly:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor vainly (Engels) in het Spaans

vainly:

vainly bijwoord

  1. vainly (in vain; futile; to no avail; fruitless; for nothing)
    en vano; inútil

Vertaal Matrix voor vainly:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
inútil good-for-nothing; layabout; lazybones; loiterer; slacker; slowcoach; slowpoke; sluggard; snail; wretch; wretched fellow; yellowbelly
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- in vain
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
en vano for nothing; fruitless; futile; in vain; to no avail; vainly meaningless; pointless; senseless; unusable; useless
inútil for nothing; fruitless; futile; in vain; to no avail; vainly abstemious; ailing; aimless; clumsy; doltish; excess; gawky; good-for-nothing; idle; maladroit; meaningless; not very good; owlish; pointless; poor; purposeless; senseless; stiff; superfluous; surplus; uneasy; unhandy; unusable; useless; valueless; wooden; worthless

Verwante woorden van "vainly":

  • vain

Synoniemen voor "vainly":


Verwante definities voor "vainly":

  1. to no avail1
    • the city fathers tried vainly to find a solution1

Wiktionary: vainly

vainly
adverb
  1. in vain

vain:


Vertaal Matrix voor vain:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- bootless; conceited; egotistic; egotistical; fruitless; futile; self-conceited; sleeveless; swollen; swollen-headed
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- frivolous; futile; pompous

Verwante woorden van "vain":


Synoniemen voor "vain":


Verwante definities voor "vain":

  1. unproductive of success1
    • a vain attempt1
  2. characteristic of false pride; having an exaggerated sense of self-importance1
    • vain about her clothes1

Wiktionary: vain

vain
adjective
  1. overly proud of one's appearance
  2. pointless, futile

Cross Translation:
FromToVia
vain vanidoso; vano ijdel — vol van zelfbewondering, een te hoge dunk hebbend van het eigen voorkomen en/of de eigen bekwaamheden
vain coqueta; creído; vano affigübertrieben auf das Äußere und die Wirkung auf andere Menschen bedacht
vain vano eitel — ohne Aussicht auf Erfolg
vain frívolo frivole — Qui est vain ; qui n’a nulle importance.
vain vano vain — Qui est inutile, qui ne produire rien.
vain vanidoso vaniteux — Personne vaniteuse.