Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. spew:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor spew (Engels) in het Nederlands

spew:

to spew werkwoord (spews, spewed, spewing)

  1. to spew (throw up; puke; vomit; )
    overgeven; kotsen; spugen; spuwen; braken; uitbraken
    • overgeven werkwoord (geef over, geeft over, gaf over, gaven over, overgegeven)
    • kotsen werkwoord (kots, kotst, kotste, kotsten, gekotst)
    • spugen werkwoord (spuug, spuugt, spuugde, spuugden, gespuugd)
    • spuwen werkwoord (spuw, spuwt, spuwde, spuwden, gespuwd)
    • braken werkwoord (braak, braakt, braakde, braakden, gebraakt)
    • uitbraken werkwoord (braak uit, braakt uit, braakte uit, braakten uit, uitgebraakt)
  2. to spew (puke; throw up; regurgigate; vomit; spew out)
    vomeren; kotsen; overgeven; spugen; uitbraken; braken
    • vomeren werkwoord (vomeer, vomeert, vomeerde, vomeerden, gevomeerd)
    • kotsen werkwoord (kots, kotst, kotste, kotsten, gekotst)
    • overgeven werkwoord (geef over, geeft over, gaf over, gaven over, overgegeven)
    • spugen werkwoord (spuug, spuugt, spuugde, spuugden, gespuugd)
    • uitbraken werkwoord (braak uit, braakt uit, braakte uit, braakten uit, uitgebraakt)
    • braken werkwoord (braak, braakt, braakde, braakden, gebraakt)
  3. to spew (spit; sputter; spew out)
    spugen; spuwen
    • spugen werkwoord (spuug, spuugt, spuugde, spuugden, gespuugd)
    • spuwen werkwoord (spuw, spuwt, spuwde, spuwden, gespuwd)

Conjugations for spew:

present
  1. spew
  2. spew
  3. spews
  4. spew
  5. spew
  6. spew
simple past
  1. spewed
  2. spewed
  3. spewed
  4. spewed
  5. spewed
  6. spewed
present perfect
  1. have spewed
  2. have spewed
  3. has spewed
  4. have spewed
  5. have spewed
  6. have spewed
past continuous
  1. was spewing
  2. were spewing
  3. was spewing
  4. were spewing
  5. were spewing
  6. were spewing
future
  1. shall spew
  2. will spew
  3. will spew
  4. shall spew
  5. will spew
  6. will spew
continuous present
  1. am spewing
  2. are spewing
  3. is spewing
  4. are spewing
  5. are spewing
  6. are spewing
subjunctive
  1. be spewed
  2. be spewed
  3. be spewed
  4. be spewed
  5. be spewed
  6. be spewed
diverse
  1. spew!
  2. let's spew!
  3. spewed
  4. spewing
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor spew:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
braken barfing; puking; vomiting
kotsen barfing; puking; vomiting
overgeven barfing; puking; surrendering; vomiting; yielding
spugen barfing; puking; vomiting
spuwen barfing; puking; spitting; vomiting
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
braken be sick; bring up; puke; regurgigate; spew; spew out; throw up; upchuck; vomit
kotsen be sick; bring up; puke; regurgigate; spew; spew out; throw up; upchuck; vomit
overgeven be sick; bring up; puke; regurgigate; spew; spew out; throw up; upchuck; vomit capitulate; cede; delate; deliver up; extend; give; give to; give up; hand; hand oneself in; hand oneself over to; hand over; offer; pass; present with; surrender; yield
spugen be sick; bring up; puke; regurgigate; spew; spew out; spit; sputter; throw up; upchuck; vomit
spuwen be sick; bring up; puke; spew; spew out; spit; sputter; throw up; upchuck; vomit
uitbraken be sick; bring up; puke; regurgigate; spew; spew out; throw up; upchuck; vomit
vomeren puke; regurgigate; spew; spew out; throw up; vomit
- barf; be sick; cast; cat; disgorge; eruct; ptyalise; ptyalize; puke; purge; regorge; retch; sick; spew out; spit; spue; vomit; vomit up

Verwante woorden van "spew":

  • spewing

Synoniemen voor "spew":


Antoniemen van "spew":

  • keep down

Verwante definities voor "spew":

  1. eject the contents of the stomach through the mouth1
  2. eject or send out in large quantities, also metaphorical1
    • the volcano spews out molten rocks every day1
  3. expel or eject (saliva or phlegm or sputum) from the mouth1

Wiktionary: spew

spew
verb
  1. speeksel uit de mond doen uitschieten

Cross Translation:
FromToVia
spew afbreken; delen; splitsen; opsplitsen; verdelen; omzetten; verkopen; debiteren débitervendre d’une façon continue, répéter, surtout au détail.

Verwante vertalingen van spew