Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. thigh:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor thigh (Engels) in het Nederlands

thigh:

thigh [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the thigh (upper leg)
    het bovenbeen; de dij
    • bovenbeen [het ~] zelfstandig naamwoord
    • dij [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. the thigh (femur)
    femur; de dij; dikke deel van bovenbeen

Vertaal Matrix voor thigh:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bovenbeen thigh; upper leg
dij femur; thigh; upper leg
dikke deel van bovenbeen femur; thigh
femur femur; thigh
- second joint

Synoniemen voor "thigh":


Verwante definities voor "thigh":

  1. the part of the leg between the hip and the knee1
  2. the upper joint of the leg of a fowl1

Wiktionary: thigh

thigh
noun
  1. upper leg
thigh
noun
  1. het deel van het menselijk been tussen heup en knie
  2. anatomie|nld een dikke dij van een mens

Cross Translation:
FromToVia
thigh dij; bovenbeen cuisse — Partie du membre inférieur allant de la hanche au genou.