Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. together:
  2. Wiktionary:
  3. Gebruikers suggesties voor together:
    • gezamelijk, met elkaar, tesamen, samen met


Engels

Uitgebreide vertaling voor together (Engels) in het Nederlands

together:

together bijvoeglijk naamwoord

  1. together (combined; jointly; altogether; with each other; with one another)
    gezamenlijk; samen; tezamen; met z'n beiden
  2. together (combined)
    samen
  3. together (altogether; combined; with each other; with one another; in all)
    samen; tezamen; bijeen; bij elkaar
  4. together (altogether; shared; combined; )
    gezamenlijk; tezamen; gemeenschappelijk; met zijn allen
  5. together (altogether)
    saam

Vertaal Matrix voor together:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gemeenschappelijk altogether; combined; in all; jointly; shared; together; with each other; with one another common; communal; joint
gezamenlijk altogether; combined; in all; jointly; shared; together; with each other; with one another
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bijeen altogether; combined; in all; together; with each other; with one another
saam altogether; together
samen altogether; combined; in all; jointly; together; with each other; with one another
tezamen altogether; combined; in all; jointly; shared; together; with each other; with one another
- in concert; unitedly
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- altogether
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bij elkaar altogether; combined; in all; together; with each other; with one another
met z'n beiden altogether; combined; jointly; together; with each other; with one another
met zijn allen altogether; combined; in all; jointly; shared; together; with each other; with one another

Verwante woorden van "together":


Synoniemen voor "together":


Verwante definities voor "together":

  1. mentally and emotionally stable1
    • she's really together1
  2. at the same time1
    • we graduated together1
  3. with cooperation and interchange1
    • we worked together on the project1
  4. with a common plan1
  5. in contact with each other or in proximity1
    • the leaves stuck together1
  6. assembled in one place1
    • we were gathered together1
  7. in each other's company1

Wiktionary: together

together
adverb
  1. at the same time, in the same place
together
adverb
  1. met iemand

Cross Translation:
FromToVia
together met inbegrip van samt — Dativ|: zusammen mit
together samen; onderling; met elkaar zusammen — gemeinschaftlich
together samen zusammenin der Wendung „zusammen sein“ und ähnlichen, untertreibend für: ein Liebespaar sein

Verwante vertalingen van together