Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. ash:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor ash (Engels) in het Nederlands

ash:

ash [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the ash (ashes; axis; cinders)
    de as
    • as [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. the ash
    de essenboom; de es
    • essenboom [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • es [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. the ash (ash wood)
    het essenhout

Vertaal Matrix voor ash:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
as ash; ashes; axis; cinders axis
es ash
essenboom ash
essenhout ash; ash wood
- ash tree

Verwante woorden van "ash":


Synoniemen voor "ash":


Verwante definities voor "ash":

  1. any of various deciduous pinnate-leaved ornamental or timber trees of the genus Fraxinus1
  2. strong elastic wood of any of various ash trees; used for furniture and tool handles and sporting goods such as baseball bats1
  3. the residue that remains when something is burned1
  4. convert into ashes1

Wiktionary: ash

ash
noun
  1. wood
  2. solid remains of a fire

Cross Translation:
FromToVia
ash as; asse AscheVerbrennungsrückstand
ash as cendrepoudre qui rester du bois et des autres matières combustibles après qu’elles brûler et consumer par le feu.
ash es frêne — phyton|fr Arbre du genre Fraxinus, genre d’arbres forestiers de la famille des oléacées.

Verwante vertalingen van ash