Engels

Uitgebreide vertaling voor branding (Engels) in het Nederlands

branding:

branding [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the branding
    – The process of incorporating a company name, logo, support information, and Help files into the Microsoft Windows installation. 1
    de huisstijl

Vertaal Matrix voor branding:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
huisstijl branding company logo
- stigmatisation; stigmatization

Synoniemen voor "branding":


Verwante definities voor "branding":

  1. the act of stigmatizing2
  2. The process of incorporating a company name, logo, support information, and Help files into the Microsoft Windows installation.1

brand:

brand [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the brand (name)
    – a name given to a product or service 2
    het merk
    – naam die een fabrikant aan een produkt geeft 3
    • merk [het ~] zelfstandig naamwoord
      • welk merk koffie gebruik jij?3
    de merknaam
    • merknaam [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. the brand
    – identification mark on skin, made by burning 2
    het brandmerk
  3. the brand (trademark; brand name)
    – a name given to a product or service 2
    het handelsmerk; de handelsnaam; het warenmerk
  4. the brand (stigma)
    het stigma; wondteken van Christus
  5. the brand (sword)
    – a cutting or thrusting weapon that has a long metal blade and a hilt with a hand guard 2
    zwaard wapenkunde
  6. the brand (trademark)
    – a recognizable kind 2
    fabrieksmerk
  7. the brand (make; manufacture)
    – a recognizable kind 2
    de maak
    • maak [de ~] zelfstandig naamwoord
    het merk
    – naam die een fabrikant aan een produkt geeft 3
    • merk [het ~] zelfstandig naamwoord
      • welk merk koffie gebruik jij?3

to brand werkwoord (brands, branded, branding)

  1. to brand (mark with a cross; mark)
    – a symbol of disgrace or infamy 2
    merken; aankruisen
    • merken werkwoord (merk, merkt, merkte, merkten, gemerkt)
    • aankruisen werkwoord (kruis aan, kruist aan, kruiste aan, kruisten aan, aangekruist)
  2. to brand (stigmatize; mark; burn; stigmatise)
    – to accuse or condemn or openly or formally or brand as disgraceful 2
    branden; markeren; brandmerken; inbranden; van stigma's voorzien
    • branden werkwoord (brand, brandt, brandde, brandden, gebrand)
    • markeren werkwoord (markeer, markeert, markeerde, markeerden, gemarkeerd)
    • brandmerken werkwoord (brandmerk, brandmerkt, brandmerkte, brandmerkten, gebrandmerkt)
    • inbranden werkwoord (brand in, brandt in, brandde in, brandden in, ingebrand)
    • van stigma's voorzien werkwoord (voorzie van stigma's, voorziet van stigma's, voorzag van stigma's, voorzagen van stigma's, van stigma's voorzien)

Conjugations for brand:

present
  1. brand
  2. brand
  3. brands
  4. brand
  5. brand
  6. brand
simple past
  1. branded
  2. branded
  3. branded
  4. branded
  5. branded
  6. branded
present perfect
  1. have branded
  2. have branded
  3. has branded
  4. have branded
  5. have branded
  6. have branded
past continuous
  1. was branding
  2. were branding
  3. was branding
  4. were branding
  5. were branding
  6. were branding
future
  1. shall brand
  2. will brand
  3. will brand
  4. shall brand
  5. will brand
  6. will brand
continuous present
  1. am branding
  2. are branding
  3. is branding
  4. are branding
  5. are branding
  6. are branding
subjunctive
  1. be branded
  2. be branded
  3. be branded
  4. be branded
  5. be branded
  6. be branded
diverse
  1. brand!
  2. let's brand!
  3. branded
  4. branding
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor brand:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aankruisen checking off; ticking off
branden burning; burnings; roasting
brandmerk brand
fabrieksmerk brand; trademark
handelsmerk brand; brand name; trademark brand name; trademark
handelsnaam brand; brand name; trademark business name
maak brand; make; manufacture
merk brand; make; manufacture; name brand name; distinctive mark; distinguishing mark; identifying mark; mark; trademark
merknaam brand; name brand name
stigma brand; stigma attribute; characteristic; feature; property; trait
warenmerk brand; brand name; trademark
wondteken van Christus brand; stigma
zwaard wapenkunde brand; sword
- blade; brand name; firebrand; make; mark; marque; stain; steel; stigma; sword; trade name
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aankruisen brand; mark; mark with a cross check; mark; tick
branden brand; burn; mark; stigmatise; stigmatize burn; scald; scorch; singe
brandmerken brand; burn; mark; stigmatise; stigmatize
inbranden brand; burn; mark; stigmatise; stigmatize burn in
markeren brand; burn; mark; stigmatise; stigmatize flag; highlight
merken brand; mark; mark with a cross assent; attend; authenticate; certify; check; confirm; feel; mark; notice; observe; perceive; ratify; see; sense; signal; tick; uphold; witness
van stigma's voorzien brand; burn; mark; stigmatise; stigmatize
- brandmark; denounce; mark; post; stigmatise; stigmatize; trademark

Verwante woorden van "brand":

  • branding, brands, brander

Synoniemen voor "brand":


Verwante definities voor "brand":

  1. a cutting or thrusting weapon that has a long metal blade and a hilt with a hand guard2
  2. a recognizable kind2
    • there's a new brand of hero in the movies now2
  3. a symbol of disgrace or infamy2
    • He had the brand of a traitor.4
  4. identification mark on skin, made by burning2
  5. a piece of wood that has been burned or is burning2
  6. mark or expose as infamous2
    • She was branded a loose woman2
  7. mark with a brand or trademark2
    • when this product is not branded it sells for a lower price2
  8. to accuse or condemn or openly or formally or brand as disgraceful2
  9. burn with a branding iron to indicate ownership; of animals2
  10. a name given to a product or service2

Wiktionary: brand

brand
verb
  1. mark with proof of ownership
noun
  1. a specific product, service, or provider so distinguished
  2. name, symbol, logo
  3. mark made by burning
brand
noun
  1. een herkenbaar product door een bepaalde producent vervaardigd

Cross Translation:
FromToVia
brand fabricaat Fabrikat — etwas, das in einer Fabrik fabriziert, hergestellt wird
brand brandmerk MalZeichen, oft kurz für Merkmal
brand merk Marke — Ware mit einem bestimmten geschützten Namen
brand kenmerken; kenschetsen; kentekenen; markeren; tekenen; merken; stempeln zeichnen — (transitiv) etwas mit einem oder mehreren Zeichen versehen

Verwante vertalingen van branding