Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. encampment:
  2. encamp:
  3. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor encampment (Engels) in het Nederlands

encampment:

encampment [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the encampment (camp; army camp; quarters; field; billets)
    de kamp; de legering; het kampement; het legerkamp
    • kamp [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • legering [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • kampement [het ~] zelfstandig naamwoord
    • legerkamp [het ~] zelfstandig naamwoord
  2. the encampment (camp; cantonment)
    kamperen
  3. the encampment (field; camp)
    de legerplaats

Vertaal Matrix voor encampment:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kamp army camp; billets; camp; encampment; field; quarters affaire d'honneur; duel; holiday resort; man-to-man fight; single combat; struggle; tandem; twosome; wrestle
kampement army camp; billets; camp; encampment; field; quarters
kamperen camp; cantonment; encampment camping
legering army camp; billets; camp; encampment; field; quarters alloy
legerkamp army camp; billets; camp; encampment; field; quarters
legerplaats camp; encampment; field
- bivouac; bivouacking; camp; campground; camping; camping area; camping ground; camping site; campsite; cantonment; tenting
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kamperen camp; camp out; encamp

Verwante woorden van "encampment":


Synoniemen voor "encampment":


Verwante definities voor "encampment":

  1. the act of encamping and living in tents in a camp1
  2. temporary living quarters specially built by the army for soldiers1
  3. a site where people on holiday can pitch a tent1

Wiktionary: encampment

encampment
noun
  1. een kamp met tenten als behuizing

Cross Translation:
FromToVia
encampment laag; pak; bedding; couchette; kooi; leger; ligplaats gisement — marine|fr situation des côtes de la mer.

encamp:

to encamp werkwoord (encamps, encamped, encamping)

  1. to encamp
    legeren
    • legeren werkwoord (legeer, legeert, legeerde, legeerden, gelegeerd)
  2. to encamp (camp; camp out)
    kamperen
    • kamperen werkwoord (kampeer, kampeert, kampeerde, kampeerden, gekampeerd)

Conjugations for encamp:

present
  1. encamp
  2. encamp
  3. encamps
  4. encamp
  5. encamp
  6. encamp
simple past
  1. encamped
  2. encamped
  3. encamped
  4. encamped
  5. encamped
  6. encamped
present perfect
  1. have encamped
  2. have encamped
  3. has encamped
  4. have encamped
  5. have encamped
  6. have encamped
past continuous
  1. was encamping
  2. were encamping
  3. was encamping
  4. were encamping
  5. were encamping
  6. were encamping
future
  1. shall encamp
  2. will encamp
  3. will encamp
  4. shall encamp
  5. will encamp
  6. will encamp
continuous present
  1. am encamping
  2. are encamping
  3. is encamping
  4. are encamping
  5. are encamping
  6. are encamping
subjunctive
  1. be encamped
  2. be encamped
  3. be encamped
  4. be encamped
  5. be encamped
  6. be encamped
diverse
  1. encamp!
  2. let's encamp!
  3. encamped
  4. encamping
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor encamp:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kamperen camp; camping; cantonment; encampment
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kamperen camp; camp out; encamp
legeren encamp
- bivouac; camp; camp out; tent

Verwante woorden van "encamp":


Synoniemen voor "encamp":


Verwante definities voor "encamp":

  1. live in or as if in a tent1