Engels

Uitgebreide vertaling voor explored (Engels) in het Nederlands

explored:

explored bijvoeglijk naamwoord

  1. explored
    verkend; verkende

Vertaal Matrix voor explored:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
verkend explored
verkende explored

Verwante woorden van "explored":


explore:

to explore werkwoord (explores, explored, exploring)

  1. to explore
    verkennen; onderzoeken; aftasten
    • verkennen werkwoord (verken, verkent, verkende, verkenden, verkend)
    • onderzoeken werkwoord (onderzoek, onderzoekt, onderzocht, onderzochten, onderzocht)
    • aftasten werkwoord (tast af, tastte af, tastten af, afgetast)
  2. to explore
    exploreren
    • exploreren werkwoord (exploreer, exploreert, exploreerde, exploreerden, geëxploreerd)
  3. to explore (prospect; scan)
    aftasten; bevoelen
    • aftasten werkwoord (tast af, tastte af, tastten af, afgetast)
    • bevoelen werkwoord (bevoel, bevoelt, bevoelde, bevoelden, bevoeld)
  4. to explore (settle; establish; colonize; )
    koloniseren; vestigen; settelen
    • koloniseren werkwoord (koloniseer, koloniseert, koloniseerde, koloniseerden, gekoloniseerd)
    • vestigen werkwoord (vestig, vestigt, vestigde, vestigden, gevestigd)
    • settelen werkwoord (settel, settelt, settelde, settelden, gesetteld)
  5. to explore (scan; frisk)
    aftasten; afvoelen
    • aftasten werkwoord (tast af, tastte af, tastten af, afgetast)
    • afvoelen werkwoord (voel af, voelt af, voelde af, voelden af, afgevoeld)

Conjugations for explore:

present
  1. explore
  2. explore
  3. explores
  4. explore
  5. explore
  6. explore
simple past
  1. explored
  2. explored
  3. explored
  4. explored
  5. explored
  6. explored
present perfect
  1. have explored
  2. have explored
  3. has explored
  4. have explored
  5. have explored
  6. have explored
past continuous
  1. was exploring
  2. were exploring
  3. was exploring
  4. were exploring
  5. were exploring
  6. were exploring
future
  1. shall explore
  2. will explore
  3. will explore
  4. shall explore
  5. will explore
  6. will explore
continuous present
  1. am exploring
  2. are exploring
  3. is exploring
  4. are exploring
  5. are exploring
  6. are exploring
subjunctive
  1. be explored
  2. be explored
  3. be explored
  4. be explored
  5. be explored
  6. be explored
diverse
  1. explore!
  2. let's explore!
  3. explored
  4. exploring
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor explore:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aftasten feeling; scanning; sensing
afvoelen feeling; scanning; sensing
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aftasten explore; frisk; prospect; scan
afvoelen explore; frisk; scan
bevoelen explore; prospect; scan feel; grope; touch
exploreren explore
koloniseren colonise; colonize; develop; establish; explore; found; ground; lay the foundations; open up; prospect; scan; settle
onderzoeken explore check; control; examine; inquire; inspect; investigate; research; study; test; try; verify
settelen colonise; colonize; develop; establish; explore; found; ground; lay the foundations; open up; prospect; scan; settle
verkennen explore
vestigen colonise; colonize; develop; establish; explore; found; ground; lay the foundations; open up; prospect; scan; settle
- research; search

Verwante woorden van "explore":


Synoniemen voor "explore":


Verwante definities voor "explore":

  1. examine (organs) for diagnostic purposes1
  2. examine minutely1
  3. inquire into1
    • Scientists are exploring the nature of consciousness1
  4. travel to or penetrate into1
    • explore unknown territory in biology1

Wiktionary: explore

explore
verb
  1. to be enagaged exploring in any of the above senses
  2. to examine diagnostically
  3. to (seek) experience first hand
  4. to examine or investigate something systematically
  5. to travel somewhere in search of discovery
explore
verb
  1. (overgankelijk) een onbekend gebied verkennen
  2. (overgankelijk) ter plaatse kennis verwerven van de gesteldheid van iets

Cross Translation:
FromToVia
explore exploreren; onderzoeken; uitzoeken; nagaan; uitvissen; vorsen explorerparcourir une région inconnue qu’on venir de découvrir pour en connaître la situation, l’étendue, les mœurs, etc.
explore tasten; betasten; voelen; bevoelen; peuteren; pulken; vingeren tâtertoucher, manier doucement une chose, pour savoir si elle est dure ou molle, sec ou humide, froide ou chaude, etc.