Remove Ads

Engels

Uitgebreide vertaling voor feigning (Engels) in het Nederlands

feigning:

feigning bijvoeglijk naamwoord

  1. feigning (pretending)
    veinzend; voorwendend; huichelend

Verwante woorden van "feigning":


Synoniemen voor "feigning":


Verwante definities voor "feigning":

  1. the act of giving a false appearance1
  2. pretending with intention to deceive1

feign:

to feign werkwoord (feigns, feigned, feigning)

  1. to feign (pretend; sham; do as if)
    beweren; verklaren; pretenderen; stellen; voorgeven
    • beweren werkwoord (beweer, beweert, beweerde, beweerden, beweerd)
    • verklaren werkwoord (verklaar, verklaart, verklaarde, verklaarden, verklaard)
    • pretenderen werkwoord (pretendeer, pretendeert, pretendeerde, pretendeerden, gepretendeerd)
    • stellen werkwoord (stel, stelt, stelde, stelden, gesteld)
    • voorgeven werkwoord (geef voor, geeft voor, gaf voor, gaven voor, voorgegeven)
  2. to feign (pretend; simulate; do as if)
    simuleren; fingeren; veinzen; voorwenden
    • simuleren werkwoord (simuleer, simuleert, simuleerde, simuleerden, gesimuleerd)
    • fingeren werkwoord (fingeer, fingeert, fingeerde, fingeerden, gefingeerd)
    • veinzen werkwoord (veins, veinst, veinsde, veinsden, geveinsd)
    • voorwenden werkwoord (wend voor, wendt voor, wendde voor, wendden voor, voorgewend)
  3. to feign (do as if; pretend; stage; sham)
    huichelen
    • huichelen werkwoord (huichel, huichelt, huichelde, huichelden, gehuicheld)

Conjugations for feign:

present
  1. feign
  2. feign
  3. feigns
  4. feign
  5. feign
  6. feign
simple past
  1. feigned
  2. feigned
  3. feigned
  4. feigned
  5. feigned
  6. feigned
present perfect
  1. have feigned
  2. have feigned
  3. has feigned
  4. have feigned
  5. have feigned
  6. have feigned
past continuous
  1. was feigning
  2. were feigning
  3. was feigning
  4. were feigning
  5. were feigning
  6. were feigning
future
  1. shall feign
  2. will feign
  3. will feign
  4. shall feign
  5. will feign
  6. will feign
continuous present
  1. am feigning
  2. are feigning
  3. is feigning
  4. are feigning
  5. are feigning
  6. are feigning
subjunctive
  1. be feigned
  2. be feigned
  3. be feigned
  4. be feigned
  5. be feigned
  6. be feigned
diverse
  1. feign!
  2. let's feign!
  3. feigned
  4. feigning
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Verwante woorden van "feign":


Synoniemen voor "feign":


Verwante definities voor "feign":

  1. make believe with the intent to deceive1
    • He feigned that he was ill1
  2. make a pretence of1
    • he feigned sleep1

Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van feigning



Remove Ads

Remove Ads