Overzicht


Engels

Uitgebreide vertaling voor immaculacy (Engels) in het Nederlands

immaculacy:

immaculacy [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the immaculacy (chastity; innocence; purity)
    de kuisheid; de reinheid; onschuldigheid; de zedigheid; onbevlektheid; onbezoedeldheid

Vertaal Matrix voor immaculacy:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kuisheid chastity; immaculacy; innocence; purity
onbevlektheid chastity; immaculacy; innocence; purity
onbezoedeldheid chastity; immaculacy; innocence; purity
onschuldigheid chastity; immaculacy; innocence; purity
reinheid chastity; immaculacy; innocence; purity blamelessness
zedigheid chastity; immaculacy; innocence; purity modesty; quietness