Engels

Uitgebreide vertaling voor impeding (Engels) in het Nederlands

impeding:

impeding [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the impeding (hampering; interfering with)
    beperken; belemmeren

Vertaal Matrix voor impeding:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
belemmeren hampering; impeding; interfering with
beperken hampering; impeding; interfering with
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
belemmeren impede; keep from; obstruct; prevent
beperken confine; curtail; cut back; dam; decrease; diminish; dwindle; embank; encapsulate; enclose; envelope; lessen; limit; mark down; reduce; restrict; scale down; shrink away
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- clogging; hindering; obstructive

Verwante woorden van "impeding":


Synoniemen voor "impeding":


Verwante definities voor "impeding":

  1. preventing movement1

impede:

to impede werkwoord (impedes, impeded, impeding)

  1. to impede
    verhinderen; belemmeren; beletten
    • verhinderen werkwoord (verhinder, verhindert, verhinderde, verhinderden, verhinderd)
    • belemmeren werkwoord (belemmer, belemmert, belemmerde, belemmerden, belemmerd)
    • beletten werkwoord (belet, belette, beletten, belet)
  2. to impede (hinder; hamper)
    hinderen; storen; onmogelijk maken
    • hinderen werkwoord (hinder, hindert, hinderde, hinderden, gehinderd)
    • storen werkwoord (stoor, stoort, stoorde, stoorden, gestoord)
    • onmogelijk maken werkwoord
  3. to impede (obstruct; hamper; hinder; stonewall)
    onderbreken; doen ophouden; afbreken
    • onderbreken werkwoord (onderbreek, onderbreekt, onderbrak, onderbraken, onderbroken)
    • doen ophouden werkwoord
    • afbreken werkwoord (breek af, breekt af, brak af, braken af, afgebroken)
  4. to impede (obstruct; hamper; bother; hinder; stonewall)
    obstructie plegen
    • obstructie plegen werkwoord (pleeg obstructie, pleegt obstructie, pleegde obstructie, pleegden obstructie, obstructie gepleegd)

Conjugations for impede:

present
  1. impede
  2. impede
  3. impedes
  4. impede
  5. impede
  6. impede
simple past
  1. impeded
  2. impeded
  3. impeded
  4. impeded
  5. impeded
  6. impeded
present perfect
  1. have impeded
  2. have impeded
  3. has impeded
  4. have impeded
  5. have impeded
  6. have impeded
past continuous
  1. was impeding
  2. were impeding
  3. was impeding
  4. were impeding
  5. were impeding
  6. were impeding
future
  1. shall impede
  2. will impede
  3. will impede
  4. shall impede
  5. will impede
  6. will impede
continuous present
  1. am impeding
  2. are impeding
  3. is impeding
  4. are impeding
  5. are impeding
  6. are impeding
subjunctive
  1. be impeded
  2. be impeded
  3. be impeded
  4. be impeded
  5. be impeded
  6. be impeded
diverse
  1. impede!
  2. let's impede!
  3. impeded
  4. impeding
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor impede:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
belemmeren hampering; impeding; interfering with
beletten barring; preventing; putting off; stopping
onderbreken intermission; interruption
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afbreken hamper; hinder; impede; obstruct; stonewall abandon; abort; adjourn; break down; break up; demolish; destroy; destruct; devastate; drag down; eliminate; exhaust; get down; lay waste; liquidate; pull down; ruin; sever; take down; tear down; tear loose; wear out; work to death; wreck
belemmeren impede keep from; obstruct; prevent
beletten impede discourage; dissuade; hold back; keep from; obstruct; prevent; restrain; stop
doen ophouden hamper; hinder; impede; obstruct; stonewall
hinderen hamper; hinder; impede block; hamper; hinder; make impossible; make it difficult; make it hard; thwart
obstructie plegen bother; hamper; hinder; impede; obstruct; stonewall
onderbreken hamper; hinder; impede; obstruct; stonewall break in; butt in; intercede; interrupt; suspend
onmogelijk maken hamper; hinder; impede block; hamper; hinder; make impossible; thwart
storen hamper; hinder; impede annoy; block; bother; disturb; hamper; hinder; interrupt; make impossible; thwart
verhinderen impede hamper; hinder; keep from; make impossible; obstruct; prevent; thwart
- block; close up; hinder; jam; obstruct; obturate; occlude

Verwante woorden van "impede":


Synoniemen voor "impede":


Antoniemen van "impede":


Verwante definities voor "impede":

  1. block passage through1
  2. be a hindrance or obstacle to1
    • She is impeding the progress of our project1

Wiktionary: impede

impede
verb
  1. to get in the way of; to hinder
impede
verb
  1. een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt
  2. moeilijker maken
  3. (overgankelijk) de voortgang verstoren

Cross Translation:
FromToVia
impede compliceeren erschweren — etwas schwieriger machen