Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. multiple:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor multiple (Engels) in het Nederlands


multiple [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the multiple
    het veelvoud
    • veelvoud [het ~] zelfstandig naamwoord

multiple bijvoeglijk naamwoord

  1. multiple (manifold; various; multifarious)
    veelvoudig; verscheidene; menige; menigerlei; velerlei
  2. multiple (manifold; multifarious; varied)

Vertaal Matrix voor multiple:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
veelvoud multiple
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
menigerlei manifold; multifarious; multiple; various
veelsoortig manifold; multifarious; multiple; varied
veelvoudig manifold; multifarious; multiple; various
velerlei manifold; multifarious; multiple; various
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
menige manifold; multifarious; multiple; various
verscheidene manifold; multifarious; multiple; various all kinds of; multifarious; of many kinds; several; sundry; various

Verwante woorden van "multiple":

  • multiples

Synoniemen voor "multiple":

Antoniemen van "multiple":

Verwante definities voor "multiple":

  1. having or involving or consisting of more than one part or entity or individual1
    • multiple birth1
    • multiple ownership1
    • made multiple copies of the speech1
    • his multiple achievements in public life1
    • her multiple personalities1
    • a pineapple is a multiple fruit1
  2. the product of a quantity by an integer1
    • 36 is a multiple of 91

Wiktionary: multiple

  1. a number that may be divided by another number with no remainder
  1. having more than one element, part, component or function
  1. veelvoudig

Cross Translation:
multiple menig; veel; vele nombreux — Qui être en grand nombre ; qui former d’un grand nombre d’éléments.

Verwante vertalingen van multiple