Overzicht
Engels naar Nederlands: Meer gegevens...
-
nag:
- zeuren; drammen; aandringen; doordrukken; doordrammen; klagen; uitdagen; pesten; plagen; treiteren; tarten; stangen; jennen; zieken; sarren; tergen; etteren; zeiken; klieren; griepen; dwarszitten; op zijn hart hebben; harrewarren; chicaneren; kleinzielig gedragen
- geitenbreier; zeikerd; zemel; zeurpiet; zeur; zeurkous
Engels
Uitgebreide vertaling voor nag (Engels) in het Nederlands
nag:
-
to nag (carry on one's point)
-
to nag (complain; complaint; deplore; gripe; harp)
-
to nag
-
to nag (be a pain in the neck; keep on)
-
to nag (have something on one's mind; badger; pester)
-
to nag (badger)
harrewarren-
harrewarren werkwoord
-
-
to nag (chicane; badger; pester)
chicaneren; kleinzielig gedragen-
kleinzielig gedragen werkwoord (gedraag kleinzielig, gedraagt kleinzielig, gedroeg kleinzielig, gedroegen kleinzielig, kleinzielig gedragen)
Conjugations for nag:
present
- nag
- nag
- nags
- nag
- nag
- nag
simple past
- nagged
- nagged
- nagged
- nagged
- nagged
- nagged
present perfect
- have nagged
- have nagged
- has nagged
- have nagged
- have nagged
- have nagged
past continuous
- was nagging
- were nagging
- was nagging
- were nagging
- were nagging
- were nagging
future
- shall nag
- will nag
- will nag
- shall nag
- will nag
- will nag
continuous present
- am nagging
- are nagging
- is nagging
- are nagging
- are nagging
- are nagging
subjunctive
- be nagged
- be nagged
- be nagged
- be nagged
- be nagged
- be nagged
diverse
- nag!
- let's nag!
- nagged
- nagging
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they
-
the nag (yellowbelly; bugger; pain in the ass; creep; bore; pain in the neck)
Verwante woorden van "nag":
Synoniemen voor "nag":
Verwante definities voor "nag":
Computer vertaling door derden:
Images: