Engels

Uitgebreide vertaling voor pursuing (Engels) in het Nederlands

pursuing:

pursuing [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the pursuing (following; tailing)
    volgen; achtervolgen

Vertaal Matrix voor pursuing:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
achtervolgen following; pursuing; tailing
volgen following; pursuing; tailing
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
achtervolgen chase; haunt; persecute; pursue; run after
volgen accompany; chaperon; chase; come along with; conduct; ensue; escort; follow; go after; haunt; imitate; persecute; pursue; run after; track; walk along; watch

Verwante woorden van "pursuing":


Synoniemen voor "pursuing":


Verwante definities voor "pursuing":

  1. following in order to overtake or capture or as accompaniment to such pursuit1
    • the fox fled from the pursuing hounds1
    • listened for the hounds' pursuing bark1

pursuing vorm van pursue:

to pursue werkwoord (pursues, pursued, pursuing)

  1. to pursue (strive after; persecute; aim for; chase; haunt)
    nastreven; vervolgen; najagen; trachten te verkrijgen
    • nastreven werkwoord (streef na, streeft na, streefde na, streefden na, nagestreefd)
    • vervolgen werkwoord (vervolg, vervolgt, vervolgde, vervolgden, vervolgd)
    • najagen werkwoord (jaag na, jaagt na, joeg na, joegen na, nagejaagd)
  2. to pursue (run after; follow; ensue; )
    volgen; achternagaan; nalopen; achternalopen
    • volgen werkwoord (volg, volgt, volgde, volgden, gevolgd)
    • achternagaan werkwoord (ga achterna, gaat achterna, ging achterna, gingen achterna, achternagegaan)
    • nalopen werkwoord (loop na, loopt na, liep na, liepen na, nagelopen)
    • achternalopen werkwoord (loop achterna, loopt achterna, liep achterna, liepen achterna, achternagelopen)
  3. to pursue (chase; persecute; haunt; run after)
    achtervolgen; achternazitten; volgen; nazitten
    • achtervolgen werkwoord (achtervolg, achtervolgt, achtervolgde, achtervolgden, achtervolgd)
    • achternazitten werkwoord (zit achterna, zat achterna, zaten achterna, achternagezeten)
    • volgen werkwoord (volg, volgt, volgde, volgden, gevolgd)
    • nazitten werkwoord (zit na, zat na, zaten na, nagezeten)
  4. to pursue (engage in; be engaged in; go in for)

Conjugations for pursue:

present
  1. pursue
  2. pursue
  3. pursues
  4. pursue
  5. pursue
  6. pursue
simple past
  1. pursued
  2. pursued
  3. pursued
  4. pursued
  5. pursued
  6. pursued
present perfect
  1. have pursued
  2. have pursued
  3. has pursued
  4. have pursued
  5. have pursued
  6. have pursued
past continuous
  1. was pursuing
  2. were pursuing
  3. was pursuing
  4. were pursuing
  5. were pursuing
  6. were pursuing
future
  1. shall pursue
  2. will pursue
  3. will pursue
  4. shall pursue
  5. will pursue
  6. will pursue
continuous present
  1. am pursuing
  2. are pursuing
  3. is pursuing
  4. are pursuing
  5. are pursuing
  6. are pursuing
subjunctive
  1. be pursued
  2. be pursued
  3. be pursued
  4. be pursued
  5. be pursued
  6. be pursued
diverse
  1. pursue!
  2. let's pursue!
  3. pursued
  4. pursuing
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor pursue:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
achtervolgen following; pursuing; tailing
najagen aiming for; seeking after
nastreven aiming for; seeking after
volgen following; pursuing; tailing
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
achternagaan chase; ensue; follow; go after; pursue; run after; track
achternalopen chase; ensue; follow; go after; pursue; run after; track
achternazitten chase; haunt; persecute; pursue; run after
achtervolgen chase; haunt; persecute; pursue; run after
najagen aim for; chase; haunt; persecute; pursue; strive after
nalopen chase; ensue; follow; go after; pursue; run after; track
nastreven aim for; chase; haunt; persecute; pursue; strive after
nazitten chase; haunt; persecute; pursue; run after
trachten te verkrijgen aim for; chase; haunt; persecute; pursue; strive after
vervolgen aim for; chase; haunt; persecute; pursue; strive after adjudicate; bring action against; carry on; condemn; continue; get on; go on; go through with it; hold on; judge; keep on; keep up; let last; move on; persist; proceed; prosecute; pursue the subject; sentence; try
volgen chase; ensue; follow; go after; haunt; persecute; pursue; run after; track accompany; chaperon; come along with; conduct; escort; follow; imitate; walk along; watch
zich bezighouden met be engaged in; engage in; go in for; pursue
- act on; engage; follow; follow up on; go after; prosecute; quest after; quest for

Verwante woorden van "pursue":


Synoniemen voor "pursue":


Verwante definities voor "pursue":

  1. go in search of or hunt for1
    • pursue a hobby1
  2. follow in or as if in pursuit1
    • The police car pursued the suspected attacker1
  3. carry out or participate in an activity; be involved in1
    • She pursued many activities1
  4. carry further or advance1

Wiktionary: pursue

pursue
verb
  1. to follow urgently
  2. to travel down a particular way or course of action
  3. to aim for
  4. to participate in, practise (an activity, profession)
pursue
verb
  1. iemand inhalen
  2. (overgankelijk) achter iets aanzitten
  3. een doel trachten te bereiken

Cross Translation:
FromToVia
pursue vervolgen verfolgen — jemandem hinterher fahren oder gehen, eventuell um ihn einzuholen; jemandem auf den Fersen sein
pursue drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven pourchasserpoursuivre ou rechercher avec obstination, avec ardeur.
pursue najagen; narennen; achtervolgen; vervolgen; drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven poursuivresuivre quelqu’un avec application, avec ardeur, courir après quelqu’un dans le dessein de l’atteindre, de le prendre.
pursue douwen; dringen; duwen; stoten; aanduwen; drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven pousser — Faire pression contre quelqu’un ou contre quelque chose, pour le déplacer ou l’ôter de sa place.