Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. shin:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor shin (Engels) in het Nederlands

shin:

shin [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the shin
    de scheen
    • scheen [de ~] zelfstandig naamwoord

shin werkwoord

  1. shin (clamber; scramble; climb)
    klauteren
    • klauteren werkwoord (klauter, klautert, klauterde, klauterden, geklauterd)

Vertaal Matrix voor shin:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
scheen shin
- shin bone; shinbone; tibia
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
klauteren clamber; climb; scramble; shin
- clamber; scramble; shinny; skin; sputter; struggle

Verwante woorden van "shin":


Synoniemen voor "shin":


Verwante definities voor "shin":

  1. the front part of the human leg between the knee and the ankle1
  2. the inner and thicker of the two bones of the human leg between the knee and ankle1
  3. the 22nd letter of the Hebrew alphabet1
  4. a cut of meat from the lower part of the leg1
  5. climb awkwardly, as if by scrambling1

Wiktionary: shin

shin
noun
  1. front part of the leg below the knee
shin
noun
  1. voorkant van het onderbeen van de mens tussen de knie en de enkel

Cross Translation:
FromToVia
shin scheenbeen SchienbeinAnatomie: einer der beiden Knochen des Unterschenkels

Verwante vertalingen van shin