Remove Ads

Engels

Uitgebreide vertaling voor term (Engels) in het Nederlands

term:

term [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the term (designation; name)
    de naam; de term
    • naam [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • term [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. the term (period; period of time; space of time; time; space)
    de termijn; de tijdsduur; de periode; het tijdsbestek
  3. the term (denomination; name; title)
    de benaming; de aanduiding; de benoeming
  4. the term (duration; running time; period)
    de looptijd
    • looptijd [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  5. the term (condition; requisite; stipulation)
    de voorwaarde; de conditie; de vereiste; de eis
    • voorwaarde [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • conditie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • vereiste [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • eis [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  6. the term (expression; phrase; statement; )
    de uitdrukking; de zin; de frase; de zegswijze; het gezegde
    • uitdrukking [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • zin [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • frase [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • zegswijze [de ~] zelfstandig naamwoord
    • gezegde [het ~] zelfstandig naamwoord
  7. the term (school-hours; school-time; school-years)
    de schooltijd

term werkwoord

  1. term (denominate; call; name)
    noemen; benoemen; een naam geven; vernoemen
    • noemen werkwoord (noem, noemt, noemde, noemden, genoemd)
    • benoemen werkwoord (benoem, benoemt, benoemde, benoemden, benoemd)
    • een naam geven werkwoord (geef een naam, geeft een naam, gaf een naam, gaven een naam, een naam gegeven)
    • vernoemen werkwoord (vernoem, vernoemt, vernoemde, vernoemden, vernoemd)

Verwante woorden van "term":


Synoniemen voor "term":


Verwante definities voor "term":

  1. (architecture) a statue or a human bust or an animal carved out of the top of a square pillar; originally used as a boundary marker in ancient Rome1
  2. any distinct quantity contained in a polynomial1
    • the general term of an algebraic equation of the n-th degree1
  3. a word or expression used for some particular thing1
    • he learned many medical terms1
  4. one of the substantive phrases in a logical proposition1
    • the major term of a syllogism must occur twice1
  5. (usually plural) a statement of what is required as part of an agreement1
    • the terms of the treaty were generous1
  6. a limited period of time1
    • a prison term1
    • he left school before the end of term1
  7. the end of gestation or point at which birth is imminent1
    • a healthy baby born at full term1
  8. name formally or designate with a term1
  9. A word or phrase that stands for a concept used in a particular subject area.2

Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van term



Remove Ads

Remove Ads