Engels
Uitgebreide vertaling voor term (Engels) in het Nederlands
term:
-
the term (designation; name)
-
the term (period; period of time; space of time; time; space)
-
the term (denomination; name; title)
-
the term (duration; running time; period)
-
the term (condition; requisite; stipulation)
-
the term (expression; phrase; statement; saying; turn of phrase; meaning)
-
the term (school-hours; school-time; school-years)
de schooltijd
-
term (denominate; call; name)
noemen; benoemen; een naam geven; vernoemen-
een naam geven werkwoord (geef een naam, geeft een naam, gaf een naam, gaven een naam, een naam gegeven)
Verwante woorden van "term":
Synoniemen voor "term":
Verwante definities voor "term":
Computer vertaling door derden:
Images: