Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. unselfish:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor unselfish (Engels) in het Nederlands

unselfish:

unselfish bijvoeglijk naamwoord

  1. unselfish (altruistic; selfless)
    onzelfzuchtig; niet egoïstisch
  2. unselfish (selfless)
    belangeloos; onbaatzuchtig

Vertaal Matrix voor unselfish:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
belangeloos selfless; unselfish
onbaatzuchtig selfless; unselfish
onzelfzuchtig altruistic; selfless; unselfish
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
niet egoïstisch altruistic; selfless; unselfish

Verwante woorden van "unselfish":


Synoniemen voor "unselfish":


Antoniemen van "unselfish":


Verwante definities voor "unselfish":

  1. not greedy1
  2. disregarding your own advantages and welfare over those of others1

Wiktionary: unselfish

unselfish
adjective
  1. not selfish; selfless; generous; altruistic
unselfish
adjective
  1. uit liefdadigheid