Engels

Uitgebreide vertaling voor whipping (Engels) in het Nederlands

whipping:

whipping [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the whipping (trashing; lashing)
    pak slaag; de afranseling; afranselen; afrossen

Vertaal Matrix voor whipping:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afranselen lashing; trashing; whipping
afranseling lashing; trashing; whipping
afrossen lashing; trashing; whipping
pak slaag lashing; trashing; whipping
- beating; debacle; drubbing; flagellation; flogging; lashing; slaughter; tanning; thrashing; trouncing; walloping; whipstitch; whipstitching
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afranselen beat up; castigate; drub; flog; knock about; lash; rack; trounce; whack; whip
afrossen beat up; castigate; drub; flog; lash; rack; trash; trounce; whack; whip
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- snappy
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- flogging

Verwante woorden van "whipping":

  • whippings

Synoniemen voor "whipping":


Verwante definities voor "whipping":

  1. smart and fashionable1
    • some sharp and whipping lines1
  2. beating with a whip or strap or rope as a form of punishment1
  3. the act of overcoming or outdoing1
  4. a sewing stitch passing over an edge diagonally1
  5. a sound defeat1

Wiktionary: whipping

whipping
noun
  1. punishment
  2. defeat
  3. cooking technique
  4. nautical term

whip:

whip [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the whip
    de zweep
    • zweep [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. the whip
    de karwats
    • karwats [de ~] zelfstandig naamwoord

to whip werkwoord (whips, whipped, whipping)

  1. to whip (beat up; rack; trounce; )
    aftuigen; aframmelen; in elkaar timmeren; afrossen; toetakelen; afranselen
    • aftuigen werkwoord (tuig af, tuigt af, tuigde af, tuigden af, afgetuigd)
    • aframmelen werkwoord (rammel af, rammelt af, rammelde af, rammelden af, afgerammeld)
    • in elkaar timmeren werkwoord (timmer in elkaar, timmert in elkaar, timmerde in elkaar, timmerden in elkaar, in elkaar getimmerd)
    • afrossen werkwoord (ros af, rost af, roste af, rosten af, afgerost)
    • toetakelen werkwoord (takel toe, takelt toe, takelde toe, takelden toe, toegetakeld)
    • afranselen werkwoord (ransel af, ranselt af, ranselde af, ranselden af, afgeranseld)
  2. to whip (beat up)
    klutsen
    • klutsen werkwoord (kluts, klutst, klutste, klutsten, geklutst)
  3. to whip (beat up)
    een pak slaag geven; billekoek geven

Conjugations for whip:

present
  1. whip
  2. whip
  3. whips
  4. whip
  5. whip
  6. whip
simple past
  1. whipped
  2. whipped
  3. whipped
  4. whipped
  5. whipped
  6. whipped
present perfect
  1. have whipped
  2. have whipped
  3. has whipped
  4. have whipped
  5. have whipped
  6. have whipped
past continuous
  1. was whipping
  2. were whipping
  3. was whipping
  4. were whipping
  5. were whipping
  6. were whipping
future
  1. shall whip
  2. will whip
  3. will whip
  4. shall whip
  5. will whip
  6. will whip
continuous present
  1. am whipping
  2. are whipping
  3. is whipping
  4. are whipping
  5. are whipping
  6. are whipping
subjunctive
  1. be whipped
  2. be whipped
  3. be whipped
  4. be whipped
  5. be whipped
  6. be whipped
diverse
  1. whip!
  2. let's whip!
  3. whipped
  4. whipping
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor whip:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afranselen lashing; trashing; whipping
afrossen lashing; trashing; whipping
aftuigen disassembling; disassembly; dismantlement
karwats whip
zweep whip
- lash; party whip; whiplash
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aframmelen beat up; castigate; drub; flog; lash; rack; trounce; whack; whip trash
afranselen beat up; castigate; drub; flog; lash; rack; trounce; whack; whip beat up; knock about
afrossen beat up; castigate; drub; flog; lash; rack; trounce; whack; whip trash
aftuigen beat up; castigate; drub; flog; lash; rack; trounce; whack; whip
billekoek geven beat up; whip
een pak slaag geven beat up; whip
in elkaar timmeren beat up; castigate; drub; flog; lash; rack; trounce; whack; whip build; put together; trash
klutsen beat up; whip
toetakelen beat up; castigate; drub; flog; lash; rack; trounce; whack; whip beat up; damage; injure; knock about; maul
- blister; flog; lash; lather; mop up; pip; rack up; scald; slash; strap; trounce; welt; whisk; worst

Verwante woorden van "whip":

  • whips

Synoniemen voor "whip":


Verwante definities voor "whip":

  1. a quick blow delivered with a whip or whiplike object1
    • the whip raised a red welt1
  2. an instrument with a handle and a flexible lash that is used for whipping1
  3. (golf) the flexibility of the shaft of a golf club1
  4. a dessert made of sugar and stiffly beaten egg whites or cream and usually flavored with fruit1
  5. a legislator appointed by the party to enforce discipline1
  6. subject to harsh criticism1
  7. defeat thoroughly1
  8. strike as if by whipping1
    • The curtain whipped her face1
  9. beat severely with a whip or rod1
  10. whip with or as if with a wire whisk1
  11. thrash about flexibly in the manner of a whiplash1
    • The tall grass whipped in the wind1

Wiktionary: whip

whip
noun
  1. rod or rope
verb
  1. to hit with a whip
whip
verb
  1. iemand met een zweep of gesel tuchtigen
  2. in toestand brengen
  3. iemand zo mishandelen dat hij of zij zichtbaar lichamelijk letsel heeft
noun
  1. een handwapen in de vorm van een lang ineengedraaid stuk leer dat met een zwiepende beweging pijnlijke slagen uit kan delen

Cross Translation:
FromToVia
whip zweep GeißelPeitsche, Stab mit Riemen oder Schnüren zur Züchtigung
whip zweep Peitsche — längerer biegsamer Stock, an dessen einem Ende eine Schnur oder ein Lederriemen befestigt ist und der insbesondere dazu verwendet wird, Zugtiere anzutreiben, früher aber auch als Instrument zur Züchtigung diente
whip afranselen; afrossen; doorroeren; dorsen; houwen; klappen; kloppen; meppen; omroeren; roeren; slaan battrefrapper de coups répétés.
whip geselen flagellersoumettre au supplice du fouet.
whip zweep fouet — Corde à frapper
whip geselen fouetter — Frapper à l’aide d’un fouet. (Sens général).
whip arendskoprog; gevlekte adelaarsrog raie léopard — zoologie|fr raie dont la peau tachetée rappelle vaguement le léopard (Aetobatus narinari), qui se rencontre dans les zones tropicales et subtropicales.