Engels

Uitgebreide vertaling voor windup (Engels) in het Nederlands

windup:


Vertaal Matrix voor windup:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- closing; completion; culmination; mop up

Synoniemen voor "windup":


Verwante definities voor "windup":

  1. operated by a mechanism1
    • windup toys1
  2. a concluding action1

wind up:

to wind up werkwoord (winds up, wound up, winding up)

  1. to wind up (round off)
    afronden; completeren; laatste gedeelte afmaken
  2. to wind up (wind; reel; reel in)
    opwikkelen; opwinden; haspelen; op een haspel winden; opklossen
    • opwikkelen werkwoord (wikkel op, wikkelt op, wikkelde op, wikkelden op, opgewikkeld)
    • opwinden werkwoord (wind op, windt op, wond op, wonden op, opgewonden)
    • haspelen werkwoord (haspel, haspelt, haspelde, haspelden, gehaspeld)
    • opklossen werkwoord
  3. to wind up (decide; terminate; come to an end; )
    besluiten; beslissen
    • besluiten werkwoord (besluit, besloot, besloten, besloten)
    • beslissen werkwoord (beslis, beslist, besliste, beslisten, beslist)
  4. to wind up (wriggle up; twist up)
    omhoogkronkelen
    • omhoogkronkelen werkwoord (kronkel omhoog, kronkelt omhoog, kronkelde omhoog, kronkelden omhoog, omhooggekronkeld)

Conjugations for wind up:

present
  1. wind up
  2. wind up
  3. winds up
  4. wind up
  5. wind up
  6. wind up
simple past
  1. wound up
  2. wound up
  3. wound up
  4. wound up
  5. wound up
  6. wound up
present perfect
  1. have wound up
  2. have wound up
  3. has wound up
  4. have wound up
  5. have wound up
  6. have wound up
past continuous
  1. was winding up
  2. were winding up
  3. was winding up
  4. were winding up
  5. were winding up
  6. were winding up
future
  1. shall wind up
  2. will wind up
  3. will wind up
  4. shall wind up
  5. will wind up
  6. will wind up
continuous present
  1. am winding up
  2. are winding up
  3. is winding up
  4. are winding up
  5. are winding up
  6. are winding up
subjunctive
  1. be wound up
  2. be wound up
  3. be wound up
  4. be wound up
  5. be wound up
  6. be wound up
diverse
  1. wind up!
  2. let's wind up!
  3. wound up
  4. winding up
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor wind up:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
besluiten decision of the town council; decree; ordinance
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afronden round off; wind up accomplish; bring to an end; complete; end; finish; get done; get ready
beslissen bring to a close; come to an end; decide; end; finish; stop; terminate; wind up
besluiten bring to a close; come to an end; decide; end; finish; stop; terminate; wind up
completeren round off; wind up accomplish; add; better; bring to an end; complete; count up; end; fill up; finish; finnish; get done; get ready; improve; make better; perfect; replenish; to make complete; total
haspelen reel; reel in; wind; wind up bungle; tinker
laatste gedeelte afmaken round off; wind up
omhoogkronkelen twist up; wind up; wriggle up
op een haspel winden reel; reel in; wind; wind up
opklossen reel; reel in; wind; wind up
opwikkelen reel; reel in; wind; wind up
opwinden reel; reel in; wind; wind up arouse; excite; stimulate; stir up
- arouse; end up; excite; fetch up; finish; finish up; land up; sex; turn on; wind
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- liquidate

Synoniemen voor "wind up":


Verwante definities voor "wind up":

  1. finally be or do something1
  2. coil the spring of (some mechanical device) by turning a stem1
  3. stimulate sexually1
  4. give a preliminary swing to the arm pitching1

Wiktionary: wind up

wind up
verb
  1. to excite

Cross Translation:
FromToVia
wind up verbinden; zwachtelen; inzwachtelen; omzwachtelen; nauwer aanhalen; opwinden; spannen; strekken; uitrekken bander — (familier, fr) Occitanie|fr exaspérer, gonfler.
wind up oprollen; strengelen; wikkelen; winden enroulerrouler plusieurs fois une chose autour d’une autre, ou sur elle-même.
wind up nauwer aanhalen; opwinden; spannen; strekken; uitrekken raidirtendre ou étendre avec force ; rendre raide.
wind up nauwer aanhalen; opwinden; spannen; strekken; uitrekken remonter — Traductions à trier suivant le sens
wind up nauwer aanhalen; opwinden; spannen; strekken; uitrekken; dringen; drukken; knellen; persen; pressen; aandrukken; bijschuiven; insluiten; opsluiten; wegbergen; wegsluiten; bergen; opbergen; aaneensluiten; binden; verdichten serrer — Renfermer, ranger, mettre en lieu sûr, à l’abri. (Sens général).
wind up nauwer aanhalen; opwinden; spannen; strekken; uitrekken tendreétirer un fil, une corde, une surface; tirer une corde par plusieurs côtés pour la rendre raide ; étirer une peau.