Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. boor:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor boor (Engels) in het Zweeds

boor:

boor [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the boor (rude fellow)
    upptjäftig person
  2. the boor (lout; clodhopper; bumpkin; yokel)
    tölp; buffel; slyngel; drummel
    • tölp [-en] zelfstandig naamwoord
    • buffel [-en] zelfstandig naamwoord
    • slyngel [-en] zelfstandig naamwoord
    • drummel [-en] zelfstandig naamwoord
  3. the boor (yokel; clodhopper)
    bondtölp
  4. the boor (yokel; lout; clodhopper)
    tölp; bondlurk
    • tölp [-en] zelfstandig naamwoord
    • bondlurk zelfstandig naamwoord
  5. the boor (prole; hulk; slob; )
    tölp; äckel; slusk; lurk; grobian
    • tölp [-en] zelfstandig naamwoord
    • äckel [-ett] zelfstandig naamwoord
    • slusk [-en] zelfstandig naamwoord
    • lurk [-en] zelfstandig naamwoord
    • grobian [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor boor:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bondlurk boor; clodhopper; lout; yokel
bondtölp boor; clodhopper; yokel
buffel boor; bumpkin; clodhopper; lout; yokel buffalo; dolt; duffer; lout
drummel boor; bumpkin; clodhopper; lout; yokel blighter; booby; clodhopper; dolt; drip; duffer; lout; lubber; oaf; rascal; schlemiel; wet
grobian bastard; boor; churl; clumsy fellow; hulk; ill-mannered brute; lout; prole; slob; swine jerk; shithead
lurk bastard; boor; churl; clumsy fellow; hulk; ill-mannered brute; lout; prole; slob; swine
slusk bastard; boor; churl; clumsy fellow; hulk; ill-mannered brute; lout; prole; slob; swine
slyngel boor; bumpkin; clodhopper; lout; yokel blighter; dolt; duffer; guy; lad; lout; naughty boy; rascal; scamp; youth
tölp bastard; boor; bumpkin; churl; clodhopper; clumsy fellow; hulk; ill-mannered brute; lout; prole; slob; swine; yokel booby; clodhopper; dolt; dowdy; duffer; frump; grub; lout; lubber; oaf; slob
upptjäftig person boor; rude fellow
äckel bastard; boor; churl; clumsy fellow; hulk; ill-mannered brute; lout; prole; slob; swine creep; ghoul; horrible man; horror; jackass; nasty piece of work; pain in the ass; pain in the neck; rotter; scoundrel; ugly customer; weirdo; wretch; wretched fellow
- Goth; barbarian; churl; peasant; tike; tyke

Verwante woorden van "boor":


Synoniemen voor "boor":


Verwante definities voor "boor":

  1. a crude uncouth ill-bred person lacking culture or refinement1

Wiktionary: boor


Cross Translation:
FromToVia
boor bonde BauerSchimpfwort: Mensch mit schlechten Manieren
boor lantis Landeiumgangssprachlich, abwertend: Mensch, der auf dem Land lebt und in vielerlei Hinsicht für unerfahren und naiv gehalten wird