Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. quail:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor quail (Engels) in het Zweeds

quail:

quail [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the quail
    vaktel
    • vaktel [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor quail:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
vaktel quail
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- cringe; flinch; funk; recoil; shrink; squinch; wince

Verwante woorden van "quail":

  • quails

Synoniemen voor "quail":


Verwante definities voor "quail":

  1. small gallinaceous game birds1
  2. flesh of quail; suitable for roasting or broiling if young; otherwise must be braised1
  3. draw back, as with fear or pain1

Wiktionary: quail

quail
noun
  1. any of several small game birds

Cross Translation:
FromToVia
quail vaktel WachtelOrnithologie: kleinstes Huhn Europas, das man hauptsächlich durch dessen Rufe erkennt, da es in dichter Vegetation lebt