Overzicht
Spaans naar Engels:   Meer gegevens...
  1. su:
  2. Wiktionary:
  3. Gebruikers suggesties voor su:
    • their


Spaans

Uitgebreide vertaling voor su (Spaans) in het Engels

su:

su bijvoeglijk naamwoord

  1. su
    its; his; one's
    • its bijvoeglijk naamwoord
    • his bijvoeglijk naamwoord
    • one's bijvoeglijk naamwoord
  2. su (suya; de ella; suyo)
    her
    • her bijvoeglijk naamwoord
  3. su (suyo)
    your
    • your bijvoeglijk naamwoord
  4. su (ellos; sus; a ellos; )
    them
    • them bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor su:

OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
his su
them ellas; ellos
they a ellas; a ellos; ella; ellas; ello; ellos; las; les; los; se; su; sus ellas; ellos
your Su; te; ti; tu; tuya; tuyo
yours su; sus
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
her de ella; su; suya; suyo
his su
its su
one's su
them a ellas; a ellos; ella; ellas; ello; ellos; las; les; los; se; su; sus
your su; suyo tu; tuyo

Wiktionary: su

su
en-pron
  1. belonging to
  2. belonging to it
  3. attributive: belonging to him
  4. belonging to them
  5. belonging to you (singular; one owner)
  6. belonging to you (plural; more owners)

Cross Translation:
FromToVia
su your uwbezittelijk voornaamwoord uw
su his zijn — derde persoon enkelvoud m/o
su her ihr — Form des femininen Possessivpronomens „ihr, ihre, ihr“: Zeigt den Besitz, das Eigentum oder die Zugehörigkeit einer Person beziehungsweise Sache zu einer weiblichen Person, Sache an
su their ihrdie Pluralform des Possessivpronomens: Zeigt den Besitz, das Eigentum oder die Zugehörigkeit einer Person bzw. Sache zu mehrere Personen bzw. Sachen an
su his; her; its seineine Form des Possessivpronomens „sein, seine, sein“: drückt das Eigentum, den Besitz einer Person an einer Sache oder Person aus, beziehungsweise umgekehrt die Zugehörigkeit

Verwante vertalingen van su