Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. añadidura:
  2. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor añadidura (Spaans) in het Nederlands

añadidura:

añadidura [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la añadidura
    het voegen; bakstenen voegen
  2. la añadidura (anexo; suplemento; apéndice; adición)
    de toevoeging; het bijvoegsel
  3. la añadidura (adición; apéndice)
    de toevoeging; de bijmenging; de bijvoeging
  4. la añadidura (añadido; adición)
    de aanzetting; aanzetsel; het aanzetstuk

Vertaal Matrix voor añadidura:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanzetsel adición; añadido; añadidura
aanzetstuk adición; añadido; añadidura
aanzetting adición; añadido; añadidura
bakstenen voegen añadidura
bijmenging adición; apéndice; añadidura
bijvoeging adición; apéndice; añadidura
bijvoegsel adición; anexo; apéndice; añadidura; suplemento addenda; adición; anexo; apéndice; artículo suplementario; suplemento
toevoeging adición; anexo; apéndice; añadidura; suplemento addenda; adición; anexo; apéndice; artículo suplementario; extensión; suplemento
voegen añadidura juntar
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bakstenen voegen juntar
voegen apostar; insertar; juntar

Synoniemen voor "añadidura":


Wiktionary: añadidura


Cross Translation:
FromToVia
añadidura toevoeging addition — act of adding