Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. bricolar:
  2. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor bricolar (Spaans) in het Nederlands

bricolar:

bricolar [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el bricolar (bricolaje)
    het klussen
    • klussen [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor bricolar:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
klussen bricolaje; bricolar
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
klussen arreglar; limpiar; ordenar; remendar; trabajar en el circuito negro; trapichear

Wiktionary: bricolar

bricolar
verb
  1. zelf voorwerpen uit liefhebberij vervaardigen met gebruik van gereedschap als hamer, zaag en schaaf