Remove Ads

Spaans

Uitgebreide vertaling voor extinguirse (Spaans) in het Nederlands

extinguirse:

extinguirse werkwoord

  1. extinguirse
    sterven; ophouden; uitsterven; afsterven
    • sterven werkwoord (sterf, sterft, stierf, stierven, getorven)
    • ophouden werkwoord (houd op, houdt op, hield op, hielden op, opgehouden)
    • uitsterven werkwoord (sterf uit, sterft uit, stierf uit, stierven uit, uitgestorven)
    • afsterven werkwoord (sterf af, sterft af, stierf af, stierven af, afgestorven)
  2. extinguirse (quebrar; caer; morir; )
    breken; sneuvelen; kapot gaan; stuk gaan
    • breken werkwoord (breek, breekt, brak, braken, gebroken)
    • sneuvelen werkwoord (sneuvel, sneuvelt, sneuvelde, sneuvelden, gesneuveld)
    • kapot gaan werkwoord
    • stuk gaan werkwoord
  3. extinguirse (extinguir; apagar; ahogar; apagarse)
    doven; smoren; uitblussen; uitdoven
    • doven werkwoord (doof, dooft, doofde, doofden, gedoofd)
    • smoren werkwoord (smoor, smoort, smoorde, smoorden, gesmoord)
    • uitblussen werkwoord
    • uitdoven werkwoord (doof uit, dooft uit, doofde uit, doofden uit, uitgedoofd)
  4. extinguirse (efectuar; terminar; finalizar; )
    beëindigen; afsluiten; eindigen; ophouden; stoppen; een einde maken aan
    • beëindigen werkwoord (beëindig, beëindigt, beëindigde, beëindigden, beëindigd)
    • afsluiten werkwoord (sluit af, sloot af, sloten af, afgesloten)
    • eindigen werkwoord (eindig, eindigt, eindigde, eindigden, geëindigd)
    • ophouden werkwoord (houd op, houdt op, hield op, hielden op, opgehouden)
    • stoppen werkwoord (stop, stopt, stopte, stopten, gestopt)
    • een einde maken aan werkwoord (maak een einde aan, maakt een einde aan, maakte een einde aan, maakten een einde aan, een einde gemaakt aan)
  5. extinguirse (morir; perecer; fallecer; pasar)
    overlijden; sterven; doodgaan; kapotgaan; omkomen
    • overlijden werkwoord (overlijd, overlijdt, overleed, overleden, overleden)
    • sterven werkwoord (sterf, sterft, stierf, stierven, getorven)
    • doodgaan werkwoord (ga dood, gaat dood, ging dood, gingen dood, doodgegaan)
    • kapotgaan werkwoord (ga kapot, gaat kapot, ging kapot, gingen kapot, kapot gegaan)
    • omkomen werkwoord (kom om, komt om, kwam om, kwamen om, omgekomen)
  6. extinguirse (acallar; tranquilizar; extinguir; )
    kalmeren; sussen; bedaren; tot kalmte manen
    • kalmeren werkwoord (kalmeer, kalmeert, kalmeerde, kalmeerden, gekalmeerd)
    • sussen werkwoord (sus, sust, suste, susten, gesust)
    • bedaren werkwoord (bedaar, bedaart, bedaarde, bedaarden, bedaard)
    • tot kalmte manen werkwoord

Conjugations for extinguirse:

presente
  1. me extingo
  2. te extingues
  3. se extingue
  4. nos extinguimos
  5. os extinguís
  6. se extinguen
imperfecto
  1. me extinguía
  2. te extinguías
  3. se extinguía
  4. nos extinguíamos
  5. os extinguíais
  6. se extinguían
indefinido
  1. me extinguí
  2. te extinguiste
  3. se extinguió
  4. nos extinguimos
  5. os extinguisteis
  6. se extinguieron
fut. de ind.
  1. me extinguiré
  2. te extinguirás
  3. se extinguirá
  4. nos extinguiremos
  5. os extinguiréis
  6. se extinguirán
condic.
  1. me extinguiría
  2. te extinguirías
  3. se extinguiría
  4. nos extinguiríamos
  5. os extinguiríais
  6. se extinguirían
pres. de subj.
  1. que me extinga
  2. que te extingas
  3. que se extinga
  4. que nos extingamos
  5. que os extingáis
  6. que se extingan
imp. de subj.
  1. que me extinguiera
  2. que te extinguieras
  3. que se extinguiera
  4. que nos extinguiéramos
  5. que os extinguierais
  6. que se extinguieran
miscelánea
  1. ¡extinguete!
  2. ¡extinguios!
  3. ¡no te extingas!
  4. ¡no os extingáis!
  5. extinguido
  6. extinguiéndose
1. yo, 2. tú, 3. él/ella/usted, 4. nosotros/nosotras, 5. vosotros/vosotras, 6. ellos/ellas/ustedes

extinguirse [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el extinguirse
    uitsterven

Synoniemen voor "extinguirse":


Computer vertaling door derden:
Images:


Remove Ads

Remove Ads