Remove Ads

Spaans

Uitgebreide vertaling voor pequeño (Spaans) in het Nederlands

pequeño:

pequeño [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el pequeño (pequeña; pequeñita; niño; )
    de kleine
    • kleine [de ~] zelfstandig naamwoord

pequeño bijvoeglijk naamwoord

  1. pequeño (andrajoso; bajo; malo; )
    laag; laag-bij-de-grond; gemeen; onedel; laaghartig
  2. pequeño (minúsculo; pequeña; diminuto; )
    petieterig
  3. pequeño (bajo; inferior)
    laag; niet hoog
  4. pequeño (delgaducho; flaco; pequeña; )
    mager; dun; geen vet op de botten hebbende; schraal; iel; schriel
  5. pequeño (apogado; pequeña; corto; )
    kleingeestig; bekrompen; benepen; kleinzielig

Verwante woorden van "pequeño":


Synoniemen voor "pequeño":


Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van pequeño



Remove Ads

Remove Ads