Overzicht
Spaans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. travesía:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor travesía (Spaans) in het Zweeds

travesía:

travesía [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la travesía (pasaje)
    passage; överfart
  2. la travesía (paso; tránsito)
    genomfart
  3. la travesía (viaje por mar; pasaje)
    sjöresa; passage

Vertaal Matrix voor travesía:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
genomfart paso; travesía; tránsito tránsito
passage pasaje; travesía; viaje por mar conducta; descansillo; galería; marcha; pasadizo; pasaje; pasamano; pasillo; paso; rellano; tránsito
sjöresa pasaje; travesía; viaje por mar
överfart pasaje; travesía

Synoniemen voor "travesía":