Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. rebuter:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor rebuter (Frans) in het Nederlands

rebuter:

rebuter werkwoord

  1. rebuter (envoyer promener; éconduire)
    afpoeieren
    • afpoeieren werkwoord (poeier af, poeiert af, poeierde af, poeierden af, afgepoeierd)
  2. rebuter (effrayer)
    afschrikken
    • afschrikken werkwoord (schrik af, schrikt af, schrikte af, schrikten af, afgeschrikt)

Vertaal Matrix voor rebuter:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afpoeieren fait d'envoyer promener; éconduite
afschrikken fait de chasser; intimidation
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afpoeieren envoyer promener; rebuter; éconduire
afschrikken effrayer; rebuter effrayer; faire fuir; pousser; renvoyer; repousser

Synoniemen voor "rebuter":


Wiktionary: rebuter


Cross Translation:
FromToVia
rebuter afweren; verjagen repel — to put off

Verwante vertalingen van rebuter