Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. à temps:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor à temps (Frans) in het Nederlands

à temps:

à temps bijvoeglijk naamwoord

  1. à temps (à point)
    op tijd; tijdig; bijtijds; stipt

Vertaal Matrix voor à temps:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
stipt à point; à temps avec précision; consciencieusement; consciencieux; exact; minutieusement; minutieux; ponctuel; ponctuellement; précis; scrupuleusement; scrupuleux; soigneusement; soigneux; soigné; vigilant
tijdig à point; à temps
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bijtijds à point; à temps
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
op tijd à point; à temps

Wiktionary: à temps


Cross Translation:
FromToVia
à temps bijtijds; op tijd; tijdig; vroeg zeitig — zu einem relativ frühen Zeitpunkt, verhältnismäßig früh

Verwante vertalingen van à temps