Remove Ads

Frans

Uitgebreide vertaling voor ambition (Frans) in het Nederlands

ambition:

ambition [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. l'ambition (aspiration)
    de ambitie; het streven; de aspiratie
    • ambitie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • streven [het ~] zelfstandig naamwoord
    • aspiratie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  2. l'ambition (aspiration; recherche; application; )
    de ambitie; de eerzucht
    • ambitie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • eerzucht [de ~] zelfstandig naamwoord
  3. l'ambition (dévouement; ardeur; consécration; )
    de toewijding; de devotie; de overgave; de inzet; toegewijdheid; de trouw; de zorgzaamheid; de genegenheid; de ijver
  4. l'ambition (aspiration; intention; but; ce que l'on vise)
    het streven; pogen; beogen; de ambitie; de aspiratie; het azen; aansturen op; het doel; de intentie; trachten; streven naar
    • streven [het ~] zelfstandig naamwoord
    • pogen [znw.] zelfstandig naamwoord
    • beogen [znw.] zelfstandig naamwoord
    • ambitie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • aspiratie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • azen [het ~] zelfstandig naamwoord
    • aansturen op [znw.] zelfstandig naamwoord
    • doel [het ~] zelfstandig naamwoord
    • intentie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • trachten [znw.] zelfstandig naamwoord
    • streven naar [znw.] zelfstandig naamwoord
  5. l'ambition (fait de viser à)
    mikken op

ambition [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. l'ambition (but principal; idéal)
    het ideaal; hoogste doel; grootste streven

Synoniemen voor "ambition":


Computer vertaling door derden:
Images:


Remove Ads

Remove Ads