Remove Ads

Frans

Uitgebreide vertaling voor dévouement (Frans) in het Nederlands

dévouement:

dévouement [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. le dévouement (ardeur; consécration; assiduité; )
    de toewijding; de devotie; de overgave; de inzet; toegewijdheid; de trouw; de zorgzaamheid; de genegenheid; de ijver
  2. le dévouement (but; objectif; intention; )
    het doel; de inzet; het streven; het doeleinde
    • doel [het ~] zelfstandig naamwoord
    • inzet [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • streven [het ~] zelfstandig naamwoord
    • doeleinde [het ~] zelfstandig naamwoord
  3. le dévouement (attachement; consécration)
    de affectie; de gehechtheid; de aanhankelijkheid; de verknochtheid
  4. le dévouement (ambition; aspiration; recherche; )
    de ambitie; de eerzucht
    • ambitie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • eerzucht [de ~] zelfstandig naamwoord

Synoniemen voor "dévouement":


Computer vertaling door derden:
Images:


Remove Ads

Remove Ads