Remove Ads

Frans

Uitgebreide vertaling voor domaine (Frans) in het Nederlands

domaine:

domaine [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la domaine (propriété; terres)
    het domein
    • domein [het ~] zelfstandig naamwoord

domaine [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. le domaine (lot; parcelle de terrain; parcelle; )
    het gebied; het perceel; de kavel; het terrein; het bouwterrein
    • gebied [het ~] zelfstandig naamwoord
    • perceel [het ~] zelfstandig naamwoord
    • kavel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • terrein [het ~] zelfstandig naamwoord
    • bouwterrein [het ~] zelfstandig naamwoord
  2. le domaine (zone; terrain; région; )
    het gebied; de zone; het terrein; de gordel; het territorium; de streek
    • gebied [het ~] zelfstandig naamwoord
    • zone [de ~] zelfstandig naamwoord
    • terrein [het ~] zelfstandig naamwoord
    • gordel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • territorium [het ~] zelfstandig naamwoord
    • streek [de ~] zelfstandig naamwoord
  3. le domaine (contrée; région; département; )
    het gebied; de plaats; de regio; de streek; de landstreek; de gouw; het gewest; het oord
    • gebied [het ~] zelfstandig naamwoord
    • plaats [de ~] zelfstandig naamwoord
    • regio [de ~] zelfstandig naamwoord
    • streek [de ~] zelfstandig naamwoord
    • landstreek [de ~] zelfstandig naamwoord
    • gouw [de ~] zelfstandig naamwoord
    • gewest [het ~] zelfstandig naamwoord
    • oord [het ~] zelfstandig naamwoord
  4. le domaine (atmosphère; ambiance; sphère)
    de sfeer
    • sfeer [de ~] zelfstandig naamwoord
  5. le domaine (propriété; terre)
    het landgoed
    • landgoed [het ~] zelfstandig naamwoord
  6. le domaine (jardin; jardin ouvrier; jardin familial; )
    de tuin; de gaard
    • tuin [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • gaard [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  7. le domaine (territoire d'un pays; terrain; territoire)
    rijksgedeelte
  8. le domaine (territoire; terrain; emplacement; )
    het grondgebied; het terrein; het territorium; het erf
  9. le domaine (province; région; district; )
    de provincie; het rechtsgebied; de rayon; het ressort; rijksonderdeel; het gebied; het gewest
  10. le domaine (territoire; région; zone)
    het gebiedsdeel
  11. le domaine (propriété à la campagne; propriété; terres)
    het buitengoed
  12. le domaine (région; province; département; )
    de regio; de streek
    • regio [de ~] zelfstandig naamwoord
    • streek [de ~] zelfstandig naamwoord

domaine

  1. domaine (domaine de niveau supérieur; domaine de premier niveau)
    het domein; topleveldomein; TLD
  2. domaine

Synoniemen voor "domaine":


Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van domaine



Remove Ads

Remove Ads