Remove Ads

Frans

Uitgebreide vertaling voor enthousiasme (Frans) in het Nederlands

enthousiasme:

enthousiasme [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. l'enthousiasme (ardeur; inspiration; exaltation; )
    het enthousiasme; de bezieling; de bevlogenheid; de geestdrift
  2. l'enthousiasme (ardeur; enchantement; extase; )
    het enthousiasme; de gedrevenheid
  3. l'enthousiasme (exubérance; exaltation; enchantement; )
    het enthousiasme; de uitgelatenheid; de uitbundigheid
  4. l'enthousiasme (extase; transe; enchantement; )
    de vervoering; de extase; de betovering; de geestvervoering; de trance; de verrukking

Synoniemen voor "enthousiasme":


enthousiasme vorm van enthousiasmer:

enthousiasmer werkwoord

  1. enthousiasmer (animer quelqu'un; promouvoir; applaudir; )
    aanmoedigen; toejuichen; bezielen; aanvuren
    • aanmoedigen werkwoord (moedig aan, moedigt aan, moedigde aan, moedigden aan, aangemoedigd)
    • toejuichen werkwoord (juich toe, juicht toe, juichte toe, juichten toe, toegejuicht)
    • bezielen werkwoord (beziel, bezielt, bezielde, bezielden, bezield)
    • aanvuren werkwoord (vuur aan, vuurt aan, vuurde aan, vuurden aan, aangevuurd)
  2. enthousiasmer (inspirer; stimuler; vivifier; animer; suggérer)
    inspireren; ingeven; inboezemen
    • inspireren werkwoord (inspireer, inspireert, inspireerde, inspireerden, geïnspireerd)
    • ingeven werkwoord (geef in, geeft in, gaf in, gaven in, ingegeven)
    • inboezemen werkwoord (boezem in, boezemt in, boezemde in, boezemden in, ingeboezemd)
  3. enthousiasmer (animer; inspirer; vivifier; stimuler)
    inspireren; bezielen; een inspirerende werking hebben

Conjugations for enthousiasmer:

Présent
  1. enthousiasme
  2. enthousiasmes
  3. enthousiasme
  4. enthousiasmons
  5. enthousiasmez
  6. enthousiasment
imparfait
  1. enthousiasmais
  2. enthousiasmais
  3. enthousiasmait
  4. enthousiasmions
  5. enthousiasmiez
  6. enthousiasmaient
passé simple
  1. enthousiasmai
  2. enthousiasmas
  3. enthousiasma
  4. enthousiasmâmes
  5. enthousiasmâtes
  6. enthousiasmèrent
futur simple
  1. enthousiasmerai
  2. enthousiasmeras
  3. enthousiasmera
  4. enthousiasmerons
  5. enthousiasmerez
  6. enthousiasmeront
subjonctif présent
  1. que j'enthousiasme
  2. que tu enthousiasmes
  3. qu'il enthousiasme
  4. que nous enthousiasmions
  5. que vous enthousiasmiez
  6. qu'ils enthousiasment
conditionnel présent
  1. enthousiasmerais
  2. enthousiasmerais
  3. enthousiasmerait
  4. enthousiasmerions
  5. enthousiasmeriez
  6. enthousiasmeraient
passé composé
  1. ai enthousiasmé
  2. as enthousiasmé
  3. a enthousiasmé
  4. avons enthousiasmé
  5. avez enthousiasmé
  6. ont enthousiasmé
divers
  1. enthousiasme!
  2. enthousiasmez!
  3. enthousiasmons!
  4. enthousiasmé
  5. enthousiasmant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Synoniemen voor "enthousiasmer":


Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van enthousiasme



Remove Ads

Remove Ads