Remove Ads

Frans

Uitgebreide vertaling voor entraînement (Frans) in het Nederlands

entraînement:

entraînement [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. l'entraînement (formation; éducation; instruction)
    de training; de dressuur; dresseren
  2. l'entraînement (routine; expérience; pratique; )
    de ervaring; de praktijk; de routine
    • ervaring [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • praktijk [de ~] zelfstandig naamwoord
    • routine [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  3. l'entraînement
    africhten; de africhting
  4. l'entraînement (cabinet de médecin; pratique; formation; étude; exercice)
    de praktijk; de artsenpraktijk
  5. l'entraînement (courant maritime; flux; mouvement; courant)
    de drift; driftstroom
  6. l'entraînement (mise à niveau; éducation; formation; instruction)
    bekwaming; kundig maken

Synoniemen voor "entraînement":


Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van entraînement



Remove Ads

Remove Ads