Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. obligé:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor obligé (Frans) in het Nederlands

obligé:

obligé bijvoeglijk naamwoord

  1. obligé (obligatoire; engagé; ; )
    verplicht; obligaat; obligatoir; vereist
  2. obligé (reconnaissant; avec reconnaissance)
    dankbaar; erkentelijk
  3. obligé (occupé; lié; engagé; tenu)
    gebonden; niet vrij

Vertaal Matrix voor obligé:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dankbaar avec reconnaissance; obligé; reconnaissant
erkentelijk avec reconnaissance; obligé; reconnaissant
gebonden engagé; lié; obligé; occupé; tenu
obligaat ; engagé; lié; obligatoire; obligé; réglementaire; tenu
obligatoir ; engagé; lié; obligatoire; obligé; réglementaire; tenu
verplicht ; engagé; lié; obligatoire; obligé; réglementaire; tenu forcé; involontaire; obligatoire
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
niet vrij engagé; lié; obligé; occupé; tenu
vereist ; engagé; lié; obligatoire; obligé; réglementaire; tenu crucial; décisif; essentiel; fondamental; indispensable; élementaire

Synoniemen voor "obligé":


Wiktionary: obligé

obligé
adjective
  1. door iets of iemand gedwongen

Cross Translation:
FromToVia
obligé gehouden bound — obliged to

Verwante vertalingen van obligé