Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. promis:
  2. promettre:
  3. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor promis (Frans) in het Nederlands

promis:

promis bijvoeglijk naamwoord

  1. promis
    beloofd; toegezegd

Vertaal Matrix voor promis:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
beloofd promis
toegezegd promis

Synoniemen voor "promis":


promettre:

promettre werkwoord (promets, promet, promettons, promettez, )

  1. promettre
    beloven; toezeggen
    • beloven werkwoord (beloof, belooft, beloofde, beloofden, beloofd)
    • toezeggen werkwoord (zeg toe, zegt toe, zegde toe, zegden toe, toegezegd)
  2. promettre (offrir; proposer; présenter; donner; faire une offre de)
    aanbieden; offreren; presenteren
    • aanbieden werkwoord (bied aan, biedt aan, bood aan, boden aan, aangeboden)
    • offreren werkwoord (offreer, offreert, offreerde, offreerden, geoffreerd)
    • presenteren werkwoord (presenteer, presenteert, presenteerde, presenteerden, gepresenteerd)
  3. promettre (faire une offre de; offrir; proposer)
    uitloven
    • uitloven werkwoord (loof uit, looft uit, loofde uit, loofden uit, uitgelooft)

Conjugations for promettre:

Présent
  1. promets
  2. promets
  3. promet
  4. promettons
  5. promettez
  6. promettent
imparfait
  1. promettais
  2. promettais
  3. promettait
  4. promettions
  5. promettiez
  6. promettaient
passé simple
  1. promis
  2. promis
  3. promit
  4. promîmes
  5. promîtes
  6. promirent
futur simple
  1. promettrai
  2. promettras
  3. promettra
  4. promettrons
  5. promettrez
  6. promettront
subjonctif présent
  1. que je promette
  2. que tu promettes
  3. qu'il promette
  4. que nous promettions
  5. que vous promettiez
  6. qu'ils promettent
conditionnel présent
  1. promettrais
  2. promettrais
  3. promettrait
  4. promettrions
  5. promettriez
  6. promettraient
passé composé
  1. ai promis
  2. as promis
  3. a promis
  4. avons promis
  5. avez promis
  6. ont promis
divers
  1. promets!
  2. promettez!
  3. promettons!
  4. promis
  5. promettant
1. je, 2. tu, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Vertaal Matrix voor promettre:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanbieden donner; faire une offre de; offrir; promettre; proposer; présenter donner; exposer; faire voir; montrer; offrir; proposer; présenter; remettre aux mains
beloven promettre
offreren donner; faire une offre de; offrir; promettre; proposer; présenter exposer; faire voir; montrer; proposer; présenter
presenteren donner; faire une offre de; offrir; promettre; proposer; présenter exposer; faire voir; montrer; offrir; proposer; présenter
toezeggen promettre
uitloven faire une offre de; offrir; promettre; proposer

Synoniemen voor "promettre":


Wiktionary: promettre

promettre promettre
verb
  1. toezeggen dat iets gedaan zal worden
  2. beloven

Cross Translation:
FromToVia
promettre plechtig beloven pledge — to make a solemn promise
promettre beloven promise — to commit to something or action