Remove Ads

Frans

Uitgebreide vertaling voor recherche (Frans) in het Nederlands

recherche:

recherche [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la recherche (mission de reconnaissance; exploration; aspiration; expédition; reconnaissance)
    de zoektocht; de speurtocht
  2. la recherche (investigation; enquête; examen; exploration; inspection)
    het onderzoek; de inspectie; de navorsing
  3. la recherche
    het onderzoek
  4. la recherche
    de research
    • research [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  5. la recherche (fouille)
    zoeken
    • zoeken [znw.] zelfstandig naamwoord
  6. la recherche (test; examen; contrôle; )
    de test; de proef
    • test [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • proef [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  7. la recherche (aspiration)
    nastreven; najagen
  8. la recherche (instances; poussée; ardeur; )
    de aandrang; de drang
    • aandrang [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • drang [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  9. la recherche (enquête; recherches; investigation)
    de opsporing; het speurwerk; nasporing; het traceerwerk
  10. la recherche (ambition; aspiration; application; )
    de ambitie; de eerzucht
    • ambitie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • eerzucht [de ~] zelfstandig naamwoord
  11. la recherche (investigation)
    de navorsing
  12. la recherche (fouille; sondage)
    afzoeken; geheel doorzoeken; afstropen

Synoniemen voor "recherche":


recherche vorm van rechercher:

rechercher werkwoord

  1. rechercher (chercher; essayer de trouver; fouiller; scruter)
    zoeken; zien te vinden; afzoeken
    • zoeken werkwoord (zoek, zoekt, zocht, zochten, gezocht)
    • zien te vinden werkwoord
    • afzoeken werkwoord (zoek af, zoekt af, zocht af, zochten af, afgezocht)
  2. rechercher (faire des recherches; vérifier; examiner; )
    onderzoeken; naspeuren; nasporen
    • onderzoeken werkwoord (onderzoek, onderzoekt, onderzocht, onderzochten, onderzocht)
    • naspeuren werkwoord (speur na, speurt na, speurde na, speurden na, nagespeurd)
    • nasporen werkwoord (spoor na, spoort na, spoorde na, spoorden na, nagespoord)
  3. rechercher (faire des recherches; étudier; s'informer)
    nasporen; naspeuren; navorsen
    • nasporen werkwoord (spoor na, spoort na, spoorde na, spoorden na, nagespoord)
    • naspeuren werkwoord (speur na, speurt na, speurde na, speurden na, nagespeurd)
    • navorsen werkwoord (vors na, vorst na, vorste na, vorsten na, nagevorst)
  4. rechercher (contrôler; vérifier; réviser; )
    controleren; nakijken; nagaan
    • controleren werkwoord (controleer, controleert, controleerde, controleerden, gecontroleerd)
    • nakijken werkwoord (kijk na, kijkt na, keek na, keken na, nagekeken)
    • nagaan werkwoord (ga na, gaat na, ging na, gingen na, nagegaan)
  5. rechercher (poursuivre; briguer; courir)
    azen; prooizoeken
  6. rechercher (être à la recherche de)
  7. rechercher (parcourir)
    zoeken; bladeren; browsen
    • zoeken [znw.] zelfstandig naamwoord
    • bladeren werkwoord (blader, bladert, bladerde, bladerden, gebladerd)
    • browsen werkwoord
  8. rechercher
    zoeken
    • zoeken werkwoord (zoek, zoekt, zocht, zochten, gezocht)
  9. rechercher (trouver; localiser)
    vinden
    • vinden werkwoord (vind, vindt, vond, vonden, gevonden)

Conjugations for rechercher:

Présent
  1. recherche
  2. recherches
  3. recherche
  4. recherchons
  5. recherchez
  6. recherchent
imparfait
  1. recherchais
  2. recherchais
  3. recherchait
  4. recherchions
  5. recherchiez
  6. recherchaient
passé simple
  1. recherchai
  2. recherchas
  3. rechercha
  4. recherchâmes
  5. recherchâtes
  6. recherchèrent
futur simple
  1. rechercherai
  2. rechercheras
  3. recherchera
  4. rechercherons
  5. rechercherez
  6. rechercheront
subjonctif présent
  1. que je recherche
  2. que tu recherches
  3. qu'il recherche
  4. que nous recherchions
  5. que vous recherchiez
  6. qu'ils recherchent
conditionnel présent
  1. rechercherais
  2. rechercherais
  3. rechercherait
  4. rechercherions
  5. rechercheriez
  6. rechercheraient
passé composé
  1. ai recherché
  2. as recherché
  3. a recherché
  4. avons recherché
  5. avez recherché
  6. ont recherché
divers
  1. recherche!
  2. recherchez!
  3. recherchons!
  4. recherché
  5. recherchant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Synoniemen voor "rechercher":


Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van recherche



Remove Ads

Remove Ads