Overzicht


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor opvegen (Nederlands) in het Duits

opvegen:

opvegen werkwoord (veeg op, veegt op, veegde op, veegden op, opgeveegd)

  1. opvegen
    aufwischen
    • aufwischen werkwoord (wische auf, wischt auf, wischte auf, wischtet auf, aufgewischt)

Conjugations for opvegen:

o.t.t.
  1. veeg op
  2. veegt op
  3. veegt op
  4. vegen op
  5. vegen op
  6. vegen op
o.v.t.
  1. veegde op
  2. veegde op
  3. veegde op
  4. veegden op
  5. veegden op
  6. veegden op
v.t.t.
  1. heb opgeveegd
  2. hebt opgeveegd
  3. heeft opgeveegd
  4. hebben opgeveegd
  5. hebben opgeveegd
  6. hebben opgeveegd
v.v.t.
  1. had opgeveegd
  2. had opgeveegd
  3. had opgeveegd
  4. hadden opgeveegd
  5. hadden opgeveegd
  6. hadden opgeveegd
o.t.t.t.
  1. zal opvegen
  2. zult opvegen
  3. zal opvegen
  4. zullen opvegen
  5. zullen opvegen
  6. zullen opvegen
o.v.t.t.
  1. zou opvegen
  2. zou opvegen
  3. zou opvegen
  4. zouden opvegen
  5. zouden opvegen
  6. zouden opvegen
en verder
  1. is opgeveegd
  2. zijn opgeveegd
diversen
  1. veeg op!
  2. veegt op!
  3. opgeveegd
  4. opvegend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor opvegen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aufwischen opvegen opdweilen