Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. ijk:
  2. ijken:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor ijk (Nederlands) in het Duits

ijk:

ijk [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de ijk (ijkmerk)
    die Eichung
    • Eichung [die ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor ijk:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Eichung ijk; ijking; ijkmerk

Verwante woorden van "ijk":


Wiktionary: ijk


Cross Translation:
FromToVia
ijk Maß gauge — a semi-norm; a function that assigns a non-negative size to all vectors in a vector space

ijken:

ijken [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het ijken (afregelen; instellen)
    die Peilung; die Einschätzung

Vertaal Matrix voor ijken:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Einschätzung afregelen; ijken; instellen inschatting; raming; schatting; taxatie; waardebepaling; waardeschatting
Peilung afregelen; ijken; instellen

Verwante woorden van "ijken":


Wiktionary: ijken

ijken
verb
  1. meting op juiste schaal brengen
ijken
verb
  1. (von Messgeräten) durch Messung von Gegenständen mit bekannten Werten einstellen, ohne in den Messprozess einzugreifen